Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de meester staat op; hij wil 's in de machinekamer gaan kijken.

„Wacht, nu ad de thee net zoowat getrokken zijn; jammer, dat meneer Beermans al is weggegaan. U nog 'n kopje op de valreep, meester?"

„Nou, alstublieft, juffrouw!"

„Vooruit, wie weet 'r nu nog 's wat te vertellen?" noodigt de kapitein uit, terwijl hij de sigaren laat rondgaan. „Jou hooren we nooit 's, Dessauvagie!"

„Ik ben geen zeeman, kaptein, en weet dus ook geen zeemans-verhalen," excuseert de tweede machinist zich. „De meester en ik varen.... nou ja, omdat onze machine vaart, nietwaar, meester?"

Zichzelf met de meester te vergelijken is ijdeltuiterij. De meester verhoudt zich anders tot z'n machine dan meneer Dessauvagie, die niet om de wijde zee, niet om 'n machine, maar slechts om de haven-avontuurtjes aan 't varen is geraakt.

Alleen daarvan zou de tweede machinist kunnen vertellen. Maar dat gaat niet goed waar Charlotte bijzit.

Zoo zwijgt hij dus liever, kijkt glimlachend naar Charlotte, de hand onder de kin.

Sluiten