Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt u afgehaald!" verzekert hij Charlotte nog met nadruk. - Dan zal hijzelf, meester Bakhuis, weer aan de trein zijn, bedoelt hij, en intusschen zal hij op de kaart 'n nieuwe weg hebben uitgeteekend, die niet weer door zulke zonderlinge buurten leidt.

De trein rolt weg. De meester staat op het perron, zwaait onhandig, zoo forsch, dat zijn vuist iemand, die er toevallig mee in beroering kwam, tegen de grond zou slaan, het te kleine, grijsvüten hoedje, plant het weer op z'n hoofd, ditmaal 'n weinig op één oor, en verlaat met groote passen het perron.

Charlotte's hart is met dankbaarheid jegens de meester vervuld. Glimlachend kijkt ze naar buiten tegen de huizenwoestenij aan, die Alexandrië heet. Na 'n tijdje zijn ze buiten de stad. Heuvelterrein, dor, zanderig, hier en daar 'n bestoft boschje, wat leemen huisjes met koepelvormig dak, 'n verschroeide palm.

De Nijl! Wijd, kalm stroomend, bruin van de vruchtbare modder waar de zon het water niet blinken doet. Hier ging de listige en schoone Cleopatra dus spelevaren met de plichtvergeten Antonius, die hopeloos in haar netten verstrikt was. Charlotte kan zooiets nu al beter begrijpen dan in de Haagsche leeszaal, waar ze Shakespeare's Anthony and Cleopatra „voste".

Het landschap doet haar -zonderling genoeg - aan Holland denken: vlak en groen, met slooten doorgraven; ze meent zelfs wilgen te zien. Minder Hollandsen is dan opeens 'n lange stoet kameelen met 'n drijver; de grauwe, star-wijsgeerig blikkende dieren zijn onderling door 'n touw verbonden; nummer twee is bijvoorbeeld aan de hals verbonden met de staart van nummer één, - met z'n eigen staart echter weer vastgeknoopt aan de hals van nummer drie. Nu staan alle stil en wenden de kop langzaam naar de voorbijjagende trein; ook de drijver in wijd uithangend, kleurloos kleed kijkt naar de trein om, de oogen half dichtgeknepen tegen de felle zon, de handen, die het touw omklemmen waaraan hij de voorste kameel leidt, achter de rug. Op deze voorste kameel verheft zich 'n draagstoel, waarvan de gordijntjes daareven onder het gaan langzaam heen en weer wiegden.

Sluiten