Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op hem wachten; zachtjes, tout doucement, zal hij haar wekken en haar... parfaitement gelukkig maken. Hij heeft haar hef; het vuur der hefde verteert hem en slechts zij kan het blusschen; iedere andere vrouw versmaadt hij. Hij onderteekent niet; hij wéét, dat zij niet zal hoeven te raden wie de briefschrijver is; mocht ze nog 'n oogenblik twijfelen, dan moet ze maar in haar naaste omgeving zoeken. Zij hoeft slechts 'n oogenblik te denken aan A.fr. .o, dan weet ze alles... ?1

Met 'n vreemd mengelmoes van heilige verontwaardiging en dol-geamuseerd-zijn heeft Ahce de minnebrief voorgelezen, zichzelf onderbrekend met tusschenopmerkingen als: Che porcol Quel imbécilel Maledetto! en nog andere vriendelijkheden in 't Grieksch en Arabisch. Voor ze aan de laatste woorden toe is, staat ze al bij het bed, tast met de hand onder het kussen en vindt daar 'n glanzend ambersnoer en 'n paar blauwzijden, met roosjes bestikte jarretelles.

„Ah, mais... I Hoe is de kerel te weten gekomen, dat je juist 'n paar jarretelles noodig hebt! Het zijn dotjes... bijna zooals die van mij!" - Om die jarretelles zou men hem z'n brief vergeven.

Ze ziet naar Charlotte om, die opvallend bleek, zwijgend bij de waschfatel staat.

Ahce shkt even 'n verlegenheid en 'n nu pas opkomende onrust weg. Tja... wat 'n brutale vlegel! Hoe durft hij nu al met zoo'n aanbod over de vloer te komen! 't Is waar: Charlotte gaat morgen weg; als hij zoo verliefd is, stond hem geen andere weg open. Geen haar op Charlotte's hoofd natuurlijk, die er aan denkt, de deur ook maar op 'n kiertje voor hem te openen! Ze zou «rel taal moeten zijn om zoo'n onbeschaamde kerel ook maar 'n vinger te geven! Op slot gaat de deur! Dubbel en dwars op slot, met de stoel ervoor! Neen, nog beter, de deur blijft open, maar inplaats van Charlotte hgt Ahce in het bed, en dan zal hij rare oogen opzetten, - als hij ze nog open krijgt! Dan kunnen ze in het weekblaadje Maalèsh schrijven hoe mooi het hoofd van signor A.fr. .o er uitziet!

Houdt Charlotte zoo van amberkettingen? Ahce niet. Maar, eerlijk, de jarretelles zijn toch om te kussen! Die hééft ze dan toch maar!

Sluiten