is toegevoegd aan uw favorieten.

Charlotte's groote reis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het glas rolt volgens zelfgevonden wetten. Het is 'n glas met 'n wispelturige, haast boosaardige natuur. Soms hgt het 'n tijdje stil; misschien is het wel beklemd tusschen de waschtafel en de half onder het bed geschoven koffer; Charlotte heeft het al bijna vergeten, wanneer het opeens wegschuift uit de val, waarin het geraakt is, en weer begint te rollen. Daar de bodem van het glas 'n kleinere diameter heeft dan de mond-opening, rolt het steeds in 'n bochtige lijn, die door de helling van het vlak en door de zich juist in deze lijn bevindende voorwerpen weer beïnvloed wordt, - zoodat het het zelf met de beste wil van de wereld niet zeggen kan waar het nu met deze zwaai weer belanden zal.

Charlotte is te vermoeid om de moeilijkheden van het glas, dat nu eenmaal rollen moet zooals het geblazen is, te begrijpen. Ze is geneigd, in het glas 'n levend wezen te zien, dat, alleen om haar te plagen, steeds nieuwe variaties in z'n wijze van rollen vindt. Ten slotte geraakt ze in 'n dommel, waardoor zich nog steeds 'n duizelig gevoel vermengt; ze slaapt juist voldoende om niet de kracht te vinden: op te staan en het glas in z'n vak te zetten, - en ze is juist voldoende wakker om het glas overal in de hut te vervolgen op z'n onberekenbare wandelingen.

Nu komt er iemand het trapje van de kajuit af. De kaptein, denkt Charlotte, luisterend naar de zware, korte tred. Hij staat stil. Daarop komt hij het gangetje binnen, waarin zich Charlotte's hut bevindt. Voor baar deur staat hij opnieuw stil. Dan... hcht hij, door de hand naar binnen te steken, het haakje van haar deur.

„Wie is daar?!!"

„Oh! Neemt u me niet kwalijk, juffrouw Clarenbeek! Ik wou zachtjes binnenkomen! Ik dacht, dat u shep en dat u nog wakker zou worden van dat beroerde glas. Daarom..."

Het is de kaptein.

„Zal ik 't maar in 't vak zetten?" vraagt hij.

„Ja, graag, kaptein! Ik wou juist zelf..."

Plotseling opkomende onpasseUjkheid verhoedt Charlotte het jokkentje uit te spreken: dat ze juist zelf het glas wilde oprapen.

„Ja, ik hoor 't al wel", zegt de kaptein goedig. „Blijft u maar liggen". Nu bukt hij zich, krijgt het glas te pakken,