Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zet het in 't vak. „En de deur kraakte ook, heb ik dat goed gehoord? 'k Zal 'r maar even wat tusschen stoppen!" De kaptein gaat heen, keert terug, doet van buiten met duim en wijsvinger het haakje weer op de deur, die nu niet meer kraakt nadat de kaptein er 'n paar wollen sokken tusschen heeft geklemd. „Zoo. Ik had 'm ook wel kunnen sluiten, maar dat is op zee eigenlijk nooit geraden, want als 'r ooit s wat gebeurt, wringt zoo'n deur soms vast en wil niet weer open."

„U zou me bang maken!" brengt Charlotte er dappervroolijk uit. Oogenblikkelijk slaat de misselijkheid haar weer op de keel.

»Bane? Slaapt u maar lekker door, hoor; wij zullen u wel heelhuids in Holland terugbrengen. D'r staat wat deining, maar dat zal onder Kreta wel minder worden. Wel te rusten!"

„Wel te rusten, kapt..."

„Sssscht!" raadt de kaptein aan en gaat stilletjes heen. Kort daarop slaapt Charlotte in.

De volgende morgen is het met de „deining" nog niet beter geworden; ze zijn zeker nog niet „onder Kreta". Charlotte kleedt zich haastig aan, onmiddellijk na het ontwaken, - ze heeft al gemerkt, dat ze zich dan nog het best voelt. Maar als ze, moe van het baknceeren, de trap naar het dek opwankelt, is ze doodsbleek en moet zich dadehjk over de verschansing buigen.

„Ben u de visschles an 't voere?" vraagt de hofmeester opgeruimd. Zeeziekte is 'n kwaal, die op allen behalve op het slachtoffer zelf de uitwerking van iets grappigs heeft. Charlotte hoort de prettige vraag van de hofmeester niet, neemt slechts dankbaar de thee aan, die hij haar brengt. Dat geeft even wat smaak in de mond, ja, nu voelt ze zich dadelijk veel beter; misschien is ze nu wel over haar zeeziekte neen. „Ik zal maar in beweging blijven, - dat is zeker 't beste?"

Ja, dat is 't beste. De hofmeester is na z'n grapje ook graag bereid om verstandige raad te geven. Ze moet aan dek blijven, in de frissche lucht, en maar beweging houwe. Hij zal haar strajcs hier 't ete wel brengen; daarvoor hoeft ze

Sluiten