is toegevoegd aan uw favorieten.

Charlotte's groote reis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet naar de kajuit; de hofmeester zal haar wel weer gezond maken. Ze zal misschien niet zooveel trek hebben, maar als je zeeziek bent, moet je altijd zorgen, dat je wat in je maag hebt. „Want, juffrouw, overgeven as je niks over te geve hèb... da's nou toch wel 't beroerdste wat je gebeure ken!"

Zijn raadgevingen hebben Charlotte opnieuw onpassehjk gemaakt, en vroolijk 't hoofd schuddend van ,,'t is me wat te zeggen!" gaat de hofmeester met de leege kop heen.

Als Charlotte weer opziet, knikt Beermans haar van de brug medelijdend en bemoedigend toe. - Hoe bhj was hij gisteren, haar terug te zien. Hij houdt nog altijd van haar; hij vereert haar op 'n onzelfzuchtige wijze, die hem zelf ontroert. Als Charlotte niet gelukkig is, kan hij het ook niet zijn. Gisteren was ze al vreemd en stil; haar oogen dwaalden zoo, alsof ze aan iets dacht wat haar drukte. En nu is ze nog zeeziek bovendien... kon hij maar helpen!

Na 'n tijdje komt de meester haar troosten en wordt daarin gesteund door de kaptein, die later dan anders voor de dag komt, omdat hij vannacht nu en dan eens op de brug is gaan kijken. Ze vertellen Charlotte hetzelfde wat ze al van de hofmeester gehoord heeft: gewoon door-eten maar. Vandaag zijn er boonen, - dat komt mooi uit. Boonen liggen goed vast in de maag. Die rollen niet, zooals erwten. Deze verzekeringen worden in volle ernst en met de beste bedoelingen gegeven. Arme Charlotte.

Gelukkig is 't niet koud. Gisteren heeft 't nogal hard geblazen, maar nu is de lucht stil. 't Is - zooals de kaptein al zei - alleen maar de deining. Charlotte kan aan dek in haar stoel gaan liggen, nadat de hofmeester de pooten heeft vastgebonden aan n buis van de warmwaterleiding.

En daar hgt ze dan, de oogen gesloten. Als zij ze even opent, ziet ze - al naar 't uitvalt - de lichtblauwe, lenteachtige hemel, of het schuimende, bruisende water, dat vlak tot aan het dek reikt. Ze kan niet lezen, haast niet denken zelfs. En nu heeft de zee het dwaze verzet in Charlotte ook gebroken, haar murw gemaakt; ze capituleert, laat 't maar komen zooals 't komen wil. In 'n zeker opzicht ondergaat ze haar zeeziek-zijn zelfs als 'n weldaad. Haar onpasselijkheid doet haar: vergeten. Caïro ligt nu eindeloos ver. De zoute zeelucht heeft alle zinlijk-zoete parfumgeuren, de be-