Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tering der sneeuwkoppen schemert nu ook het gebergte zelf.

Mag ik even op de brug komen... ? duidt Charlotte.

De stuurman knikt verward en gaat reeds 'n kijker voor haar halen. Intusschen zegt Dessauvagie, teleurgesteld, dat Charlotte hem verlaten gaat: „U zult 'm nog erger van streek maken P'

Charlotte begrijpt werkelijk niet wat meneer Dessauvagie kan bedoelen.

Op haar verzoek tot nadere expkcatie zwijgt hij, ziet haar slechts lachend aan.

„Ik geloof, dat u zich vergist," zegt Charlotte thans onder het heengaan. Ze is 'n weinig verontwaardigd.

Maar als ze op de brug verschijnt, kgt er 'n ondeugende trek om haar mond, - daar kan ze zelf niets aan doen.

De stuurman ontdoet 'n kijker van z'n doppen, stelt 'm op „normaal" in; hoe ijverig is hij nu in alles. „Uw oogen zijn zeker gewoon?" vraagt hij, bevangen.

„Doodgewoon," zegt Charlotte en lacht en buigt het hoofd 'n weinig naar voren, zoodat haar oogen dadelijk onder de wenkbrauwen schuilen en zij op haar allergevaarkjkst is.

Dan neemt ze uit de handen van de onthutste stuurman de kijker aan en tuurt er door naar Spanje's sneeuwgebergte. Zwijgend staat hij achter haar, in afwachting van wat zij zeggen zal.

„Dan komen we zeker vandaag nog in de Atlantische Oceaan?" vraagt ze.

De stuurman denkt vannacht. Tegen de morgen. Misschien nèt nog gedurende zijn wacht. „En dan nog 'n week," zegt hij er achter aan, na 'n oogenbkk zwijgen, en op 'n toon, alsof bij het meer tot zichzelf dan tot Charlotte zegt.

Nog 'n week... denk er om, Strijbos! Als je nog met je groote verzoek voor de dag wilt komen... over 'n week is het te laat.

Charlotte kgt weer in haar dekstoel, tuurt voor zich uit; dan, als haar oogen vermoeid worden, simt zij ze. De Spaansche zon koestert haar huid onder het dunne, zomersche japonnetje, dat ze morgen misschien al niet meer dragen kan.

Ja... ze gelooft er nu toch wel op te kunnen rekenen, dat ze, voor ze van boord gaat, 'n aanzoek krijgt, 'n Ernstig

Sluiten