Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Strijbos zelf vraagt zich in angst en vreeze af wat hij van Charlotte dehken moet. Hij kan het gevoel niet van zich zetten dat zij Hekeboe met kern speelt. Waarom is zij gedurende zijn wacht nooit meer op de brug? Hij tracht nu en dan in haar oogen te lezen, maar die beantwoorden zijn bhk vriendekjk-onbezorgd, - ze verraden niets. Hij tracht zich de verstandige, ernstige woorden te herinneren, waarmee zij eergisteren zijn aanzoek beantwoord heeft. Als hij haar thans aanziet, kan hij zich niet meer voorstellen, dat zij werkekjk zoo met hem gesproken heeft, - hij krijgt nergens meer houvast. Vat zit de aangelegenheid niet al te luchtig op> Heelt zij misschien na 'n uurtje nadenken tegen zichzelf gezegd: Ach wat, onzin, ik zou wel mal moeten wezen- 't zal bij hem ook wel overgaan; in IJmuiden zal ik 't 'm wel vertellen? - Neen, het zal niet overgaan bij Strijbos; het zit te diep; als hij eenmaal iets wil, zit het diep bij hem; hij kent ziek zelf wel. Ja, ziek zelf kent hij, maar hij moet toegeven dat de vrouw voor hem (ondanks al z'n studie) aan raadselachtigheid mets verloren heeft...

Na de Golf wordt de zee weer rustiger. Sinds gisteren waait het niet meer. De wind is Zuid-West, gaat met het schip mee, - zoodoende merk je 'm niet. Voor dit jaargetijde is de lucht ongewoon mild.

Nu men weer 'n rustig oogenbkk zitten kan, neemt Charlotte enveloppe en schrijfbloc en adresseert 'n brief aanMadame Ahce Blanche, Sharia Boulaq 70, Caïro. Het is het adres van 'n dame met wie ze in Egypte in kennis is gekomen, - n heel vriendelijke dame (de meester heeft haar gezien) die haar belangeloos rondgeleid en raad in dit en in dat gegeven heeft.

Als Charlotte de brief beëindigd heeft (de brief is niet lang, maar ze heeft er veel bij moeten nadenken, zeker omdat t Fransch is), vóór Charlotte dus de enveloppe dichtplakt leest ze nog eens aandachtig door wat ze geschreven heeft! En daarbij speelt 'n raadselachtige ghmlach om haar lippen, btnjbos heeft wel gehjk. Vrouwen zijn raadsels.

Van donkerblauw is de zee eerst groenig, tenslotte grijs geworden. Zoo wordt ie weer goed," is bet oordeel der bemanning. Flauwe plagerij, dat hen in het Kanaa1 mist m,r„t

Sluiten