Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strot en Het niet meer los. Ja. Hij had gelijk. Toen wel. Toen ▼eur 't eerst. Dat zeg ik. Ze wier in Alblas begraven. Nol kreeg zes jaar, den ezel. Hij zit nog.

„De een gaat, de ander komt. De tijd gaat deur. 't Land wier vroeger bebouwen; heden nog. Niemand is zóó, of hij is te vervangen; waar menschen?

„Maar Nolletje Vergeer, die in Leeuwarden zit vanwege moord met zijn bloote handen, Nolletje is nooit vervangen. Die drie keinderen zijn op den wind verstrooid. Naar gestichten vanwege de armen. Den ezel! En nou zitten wij hier vast in den mist. Nolletje zit al drie jaar in den mist."

I

Daarmee was het uit. Bartje Rijkelijkhuizen nam een blaadje tabak en keek de menschen eens aan in de kajuit. De menschen keken mekaar eens aan. En allemaal waren ze stil en Tante Mieke bree dat het kletterde en docht op Jas, die in een sloep weg was voor de anderen. Den ezel — dacht ze, maar ze zei: ,,'k wou, dat de schipper maar terug was."

't Was volle dag, maar de damp kortte noch keerde en kwam fijn-gepereld ook door het trapgat de kajuit in. Alles was klam. En de vrouwen wieren banger en klonterden bijeen. Wie boven was geweest en in de stilte over het water had gekeken, kwam stil en langzaam weerom. Wat ging dat worden?

Madame Eleonora docht zwaar aan haar inkomsten. Na Goes had ze op een feest in Rotterdam een tentje aangenomen en dat ging verkeerd, dat ging niet uitkomen. „Was ik maar niet naar Goes gegaan," verzuchtte ze tegen den onbekenden boer uit Lekkerland, die daar in de Maasstroom IX, voor

»

Sluiten