Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ENGELSCHE PRENT

„Wie zuiver zou willen weten, waar Arie 't Hoog zijn werkendagen mee sleet, moet maar eens in Bon Repas (Boenderpas zeggen ze daaromtrent, maar de naam is van Napoleon afkomstig) langs de kaaien en weteringen gaan slenteren, voor dat de zon op is. Tusschen de rietgorzen en vRetergaten in, langs de kronkelende VRst — en dat is een echte rivier — daar puntert Aai al z'n leven in z'n kanisschouw rond, daar zet en licht hij z'n fuiken. Soms is 't wel raak, menigmaal ook niet. 't Is bekend en geweten: met hoogen wind rijdt dat watervolk niet en met buizig weer kruipen ze op derluis buik onder 't vangtuig door. Drie en negentig fuiken bediende hij en daar is hij den heelen ochtend mooi zoet mee. Dat kost 'm nog wel eens een nat pak kleêr, maar weet je wat Aai zei: een mensch zijn huid is goed waterdicht. —

„En 's middags, als 't fuiken lichten en visch leveren voorbij is, dan mag hij nog wel eens voor de variatie wat gaan schakelen op witvisch en korpel, maar witvisch, 't is bekend, lusten de lui in de stad maar kwalijk meer en korpel is schaarsch.

„Maar er viel er ook voor Aai nog wel wat te tuinderen in den akkerkamp; voor den broer zijn wijf wat hout te kappen, slooten te schieten, horren te breien... Aai 't Hoog hoefde zoogezegd nooit om werk verlegen te zitten. Maar naar werken stond zijn werksch postuur.

„Hij was nog niet wel klaar met den appelenpluk, of 't wordt weer tijd voor de najaarszegen, direct na de herfstschouw over de wateren. Eerst het tuig boeten, in de teer koken en uitwaaien laten, dan kurken bijsteken en lood... allegaar werk voor Aai; als 't uit xijn handen niet kwam, gebeurde het niet.

Sluiten