Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in *l wilde weg een richting uit dwars door de landerijen, toen..."

„Toen kwam de politie."

„Dat heb jij daar zuiver voorzegd, madame Eleonora, dat doet je vak eer aan. Want toen kwam de politie. Van vier, vijf kanten tegelijk. Ze keken 't allemaal eerst netjes aan en toen namen ze heurlui boekjes uit den zak. Dat moest beschreven worden. Daders achtervolgen in den stikdonkeren nacht, dat is toch onbegonnen werk, — dochten ze en daarom begonnen ze H eerst maar secuur te beschrijven. En een ervan zee: dat eergister die bloedhond vergiftigd is gevonden, dat houdt stellig verband hiermee. —

„— Schrijf dat op, — zee den ander: — want wat je daar zegt, dat is goed bekeken. — Ja, want het waren heldere mannen.

„Affijn, om door te gaan en liegen niet; ze gongen met zaklantaarns van kamer naar kamer en overal waar ze kwamen daar zeiden ze tegen elkaar: — hier is óók alles kapot! — dat zagen ze dus goed.

w Maar zijn de bewoners dan niet in het huis? — vroegen

jje. Waar zouden de oude dames znn? — Dat klonk flink

deftig (de oude dames) en dan moet je ze gekend hebben, de verlepte zuurtroelen met hun droge vel."

„Nou nou Jochem... zelf ben je óók niet zoo mooi."

„Ikke niet mooi?" Hij sloeg op zijn buik dat het klonk als op een vat. „Ik bin een jonkman, in de kracht van mijn jaren, vet en gezond. Mag ik niet mooi znn — goed — veur mooi is niks te koop, maar ik bin nog altijd honderd porties mooier dan die uitgedroogde boonenhulzen." En welbewust trok lnj znn vetten kwabberkop naar achteren, als een operazanger voor zijn publiek.

Sluiten