Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN GEBROKEN BEELDJE

Een koeidrijver, die 's morgens wakker wordt en beesten klaaglijk hoort reutelen, is daarom nog niet dadelijk klaar tot bezinning. Gijs Erkel had tenminste dien ochtend nog even daarvoor noodig. 't Was donker. Hoe zit dat ook weer? Ja, hij hoort dat koeigerucht overnieuw. Waarom wR hij daar Rever maar geen attentie aan slaan? O ja, hij weet het weer; daar zijn andere, aangenamer gedachten. Hij heft zich op zijn eenen arm en overziet het slagveld. Overal liggen ze rondom hem in machtig diepe rust en alsof ze losweg neergestrooid zijn, zóó kriskras door mekander. De een geeft den ander z'n voeten te ruiken, maar daar kan niet op gelet worden aan boord in den mist. Hij weet nu alles weer van gisteravond en zijn oogen zoeken langs de fluweelen banken, tot hij in den donker denkt gevonden te hebben het lijfje en daarvan slap afhangend de beenen in glanzende kousen... daar slaapt dat pleizierige diertje van gisteravond. Hoe is 't mogelijk; samen in één vertrek, zoo dichtbij en toch zoo ver. Hij scharrelt overend en hoort zoo de koeien ook beter. Hij moet daarheen, dat is z'n taak en daarmee is hij vertrouwd. Hij weet eigenlijk niet goed, hoe andere menschen rustig kunnen doorslapen, als ergens koeien met volle uiers staan. Maar daar is toch, van gisteravond af, nog andere belangstelling bij gekomen; op deze stilliggende schuit zit een meid je, een diertje vól van vrijpleizier en dat vogeltje is voor hem bereikbaar ... laten die koeien nog maar éven reutelen. Hij is hier toch niet alleen belast met de zorg voor de beesten. De drie koeikoopers mochten er toch ook wel een hortje naar omzien, maar die rekenen, voor enkele dubbeltjes per beest, heel en al op hem en zijn zorg. Zou hij, aleer naar de koeien te gaan, even durven

Sluiten