Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omzien naar Doortje, die zoo mooi zingen en zoo aardig steedsch praten kan? Dat hij daar twee dagen onkundig van geweest is, hoe gewillig ze was en hoe verduveld lief. Hij probeert het en schuift al wat door de slapers. Maar wijd komt hij niet, want een van de slapers steunt, of hij wakker gaat worden. Dan maar naar de koeien. Hij kan daar bij de koeien toch óók wel aan Doortje denken. Waarom zoo'n meidje nou toch eigenlijk ook niet wakker is. Wat zou dat aardig geweest zijn, hij en Doortje alleen wakker op die stille slapende schuit, met wat gezing beneden van den stoom. En 't duurt zeker nog wel een uur of langer, eer de stoker weer wakker komt, om 't vuur bij te houden. Want nog pas twee uur geleden, heeft de drijver hem bezig gehoord aan het rooster.

De koeien hebben 't maar slecht. Eten is er genoeg, maar bekant geen slobber. Ze vreten met heete bekken de droge lijnkoekjes en er is weinig melkgeef dien ochtend. Voor wat de beesten betreft, zal 't gauw moeten beteren met het weer, maar naar zijn persoonlijke verlangen, mocht het nou nog een maand zoo doorduren met dien damp. En 't ziet er nog altijd niet naar uit, of er verandering komende is, de ochtend van heden is zuiver gehjk aan dien van gister.

En toch weer niet gelijk. Want gister was het een dag met mist en zónder uitzicht, vandaag wordt dat een dag met mist, maar met een woestmakend, blijmakend uitzicht: daar in de kajuit slaapt Doortje en haar beenen strak in glanzende kousen hangen slap neer van 't fluweel der zitbank. Wat was hij eigenlijk, vóór gisteravond. Een koeidrijver ter markten, negentien jaar, arm en niet te vet gevoed. Kind geweest in een daggeldershuis, een wrakkerig huis en veel te klein voor hun veertien kinderen in leven, waar hij de oudste van is. Een vader die krom is getrokken van 't aardwerk en zwijgt.

Sluiten