Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik verlies er dus een... is 't dan niet heelemaal naar den regel, dat jij er óók een verliest?

„Willen jullie gelooven menschen, dat ik nog nooit zoo'n goeien marktdag gehad heb, met zóóveel lachend volk rond mijn stand?"

En het laatste woord van Jaap was nog niet koud, of daar kwam Keesje naar beneden gestort, meer vallend dan loopend. „Schipper! Schipper! Kom gauw... ik kan den wal zien!"

„Wat?"

„De wal of 't is een plaat. Maar Tt zie zand."

Blijf daar nu eens kalm bij zitten, na vier dagen gevangen schap in een melkbrij. Of de schuit in brand stond, zóó drongen ze. De schipper zelf kon zich door de kajuittrap niet persen. Maar in die dingen weet Jas Cabauw van aanpak. Hij botste er een paar tegeneen, die zich het dichtst tegen hem aandrongen en beukte zoo zijn weg vrij. 't Is waar... het water rimpelde en de damp lag verder. Maar wat Keesje voor land had aangezien, was de Noordwestelijke uitlooper van de plaat van Oude Tonge, een van de kwaadste bulten uit dit vaarwater.

Jas stond er van te trillen op zijn beenen. Ineens was hij voluit actief. „Kees!" riep hij: „Hoe is het met den stoom? Dorus, jij aan de Ber." 't Hoeft mijnentwege niet lichter te worden; er is zicht."

Maar Kees Bet weten, dat hij nog zeker een half uur te stoken had.

Dat woord viel tusschen de menschen, alsof ze vernamen, dat de schuit ging zinken. Ineens hadden ze aUemaal haast. De een wou rap terug zijn, voor de jaarmarkt in Waalwijk;

Sluiten