Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat de maanden brengen; Januari tot Juni". „Wat de maanden brengen? Juli tot December".

1926 „Naar het strand". 1926 „Tot zijn kinderen en erfgenamen". 1926 „Teruggeroepen". 1926 „Geen comediant maar predikant". 1928 „Het ijdele Japansche viooltje". , 1929 „Het verzet gebroken".

Verspreid Werk:

„Vrouwen uit de Heilige Schrift", studies, verschenen in „Woord en Beeld"

„Stichtsche Courant" en „De Ster" (1925 en later). Novellen, beschouwingen, verzen, in „Ons Tijdschrift", onder pseudoniem

Johanna Breevoort, M. M. e.a. (1902 en later). Vrouwen- en kinderrubriek in „De Ster" (1914 1920).

Meditaties, novellen, beschouwingen, in alle jaargangen van „Christelijk

Vrouwenleven" (1917 en later). Bijdragen in schoolbloemlezingen „Uit Eigen Land" en „Koel" Voorts artikelen in „Stemmen voor Waarheid en Vrede", „De Rotterdammer"

„Het Schouwvenster" e.a.

Aanteekening :

ffleo.m.<H^JohannaBiwoort:J.Havemanto„Calvfa^

„Ze laat ons zien, de achterbuurten der groote steden en toont ons de samenleving daar. Met schrille kleuren toont se ons het lijden en de ellende, die daar het leven van allen glans berooven. Doch niet alleen de omgeving, de maatschappij, waarin se ons rondleidt, doet ons de donkere rijde van het leven zien, geheel de intrige hult het leven in een donker waas van pessimisme".

Zie ook: J. Lhoneux in een artikel: „Les femmes hollandaises". (La Revue des

humamtés, février 1906).

Johanna Breevoort vermeit er zich in, de onderste lagen der maatschappij waar te nemen, daarvan de diepe ellende te beschrijven, de verlagende hartstochten, ongerekend de weldadige voorbeelden van goedheid en toewijding, die in de vunzige en ongezonde atmosfeer der «rotten beginnen door te dringen".

„Maar", en ziedaar het verschil met vele moderne auteurs", aldus M.J. Leendertse ^ ,nJ?oamLe^*Mldi*e aante<*eningen" (Zondagsblad „Rotterdammer"! 12-10-1929), Johanna Breevoort beschrijft de ellende, de ondergang, niet om de schoonheid van het beschrijven, maar om te doen zien de oorzaken van alle maatschappelijke en zedelijke, ook huwelijksellende: de zonde; de zonde, welke alleen met Gods hulp kan worden overwonnen. Liefde, de liefde van cnristus, dringt haar om de degeneratie, waartoe sommigen vervielen, aan anderen in al haar verschrikkelijkheid ter waarschuwing te toonen. Als zoo«3anigdr»genJoh.Breevoort*sromanseennltgesproken tendentieus karakter".

Sluiten