Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zonde en ellende voor Zich doet vlieden. Op Hem richt dan ook Johannes met bijzondere belangstelling het oog, wanneer hij het boeiend verhaal van deze verschijning aanvangt met de woorden: na dezen openbaarde Jezus Zichzelven, en aan het slot van het eerste ip herhaalt: en Hij openbaarde Zich aldus. En alsof hij ons na het wonder der vischvangst wil herinneren, dat niet de discipelen hier de hoofdpersonen zijn maar alles zich beweegt om de majesteit van den Heiland, beëindigt hij de mededeeling van deze wondere daden met de opmerking: dit was nu de derde maal, dat Jezus Zijn discipelen geopenbaard is (vs. 14).

Deze verschijning is dus een openbaring van Jezus Christus.

Zoo moeten we haar zien, willen we mede-aanschouwers zijn van Zijn levensheerlijkheid.

En wat bedoelt dan het evangelie met dit woord openbaring?

Waarom noemt hij met dezen naam de ontmoeting van Christus met Zijn jongeren?

Wel, openbaren is immers ontdekken of onthullen, waardoor iets, dat in het'verborgen wegschool, in het licht treedt en gezien wordt, en dit karakter dragen de verschijningen van onzen verrezen Heiland.

Zijn heerlijkheid, de luister van Zijn volbracht werk en van Zijn behaalde overwinning, was den discipelen verborgen, en hun blik reikte niet verder dan Zijn kruis en Zijn graf, en nu komt de Meester in elke verschijning om voor Zijn jongeren de nevelen te verdrijven en Zijn majesteit voor hun verbaasde oogen te ontsluiten.

Het is telkens een verrassende overgang van verborgenheid tot openbaring.

En dien overgang ziet ge heel scherp in onzen tekst.

Het evangelie teekent ons hier eerst de verborgenheid, want de discipelen gaan visschen zonder Jezus, en aan den morgen staat Hij op den oever, en zij weten niet, dat het Jezus is. En dan wijken de nevelen en treedt de verrezen Heere uit de verborgenheid uit om Zich aan Zijn discipelen te openbaren, — en over de zee van Tiberias trilt de door schuchterheid nog ingehouden jubel: het is de Heere. Welnu, zoo willen wij deze verschijning overdenken. Wij geven dus onze aandacht niet aan alle bijzonderheden om deze een voor een te ontleden, en niet de vischvangst der discipelen vormt het middenpunt van onze belangstelling, maar wij willen den verrezen Heiland aanschouwen, zooals Hij ook hier op de plek, waarop Zijn voeten zoo dikwerf gestaan hebben en aan de zee, die getuige is geweest van Zijn groote daden, Zijn opstandingsglorie vertoont in den majestueuzen overgang

VAN VERBORGENHEID TOT OPENBARING.

Sluiten