Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weezen zoudt laten en Die al hun tranen zoudt drogen? Waar zijt Gij, Heere Jezus, Die op den eersten dag der week wel Uw belofte hebt vervuld, dat de Herder, wanneer Hij uit Zijn geslagenheid opstond, al Zijn schapen verzamelen zou?

Maar... laten wij zoo niet vragen.

De Herder vergeet Zijn schapen niet

Hij houdt Zich verborgen terwille van Zijn discipelen, opdat Zijn jongeren Hem zullen zien in de heerlijkheid van Zijn werk.

Zij herkennen Hem niet terstond, opdat zij Hem herkennen zullen in de majesteit van Zijn teekenen en dit wonder hen leide tot den jubel: het is de Heere I

* •

Zoo zien wij de verborgenheid van den verrezen Heiland tegenover Zijn discipelen.

Een verborgenheid, die velerlei is en die zich hierin toespitst, dat Jezus aan den oever staat en Zijn mistroostige jongeren niet weten, dat het Jezus is.

Een verborgenheid, die dus wat de jongeren betreft, hierin haar oorzaak vindt, dat hun ziele-oog voor den Heiland gesloten was, want indien hun geestesoog door alle schaduwen heen op Jezus geschouwd had, zou er van teleurstelling en ontmoediging geen sprake geweest zijn. Dan hadden zij, hoe lang de Heiland ook toefde te komen, vertrouwd, volkomen vertrouwd, dat Hij, Die den dood had verwonnen, zeker niet zou wegblijven. Dan hadden ze in den nacht, toen zij niets vingen, zich Zijn liefde en macht herinnerd, die vroeger in diezelfde wateren de zilveren horden in de netten hadden gedreven. Dan zouden zij zeker Jezus op den oever herkend hebben, en... de discipelen van den Heiland zijn ook na de opstanding en na de eerste openbaring op den eersten dag der week dezelfde jongeren gebleven. Hun Meester is verrezen uit de dooden; Hij heeft de sleutels van hel en van graf; Hij triomfeert over alle vijanden, maar zij blijven de zwakke, vreezende, kleingeloovige discipelen, wier gedurige wankeling scherp afsteekt tegen den glans van Zijn heerlijkheid. O, spreek toch niet alleen van den ongeloovigen Thomas. Zijn metgezellen zijn even zwak in het geloof, en de tegenstelling is wel fel: de overwinnende Levensvorst en de twijfelende jongeren, die na den blijden opstandingsdag terstond uit den koers geslagen zijn, wanneer hun Meester Zich voor hen verbergt.

Maar... breek niet al te zeer den staf over deze jongeren.

Hun ongeloovigheid is ook ons niet vreemd.

Hun mistroostigheid tegenover de verberging van den Heiland kennen

Sluiten