Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zou Zijn verborgenheid ook maar één oogenblik kunnen zijn de onttrekking van Zijn genade en liefde aan de Zijnen?

Dan zou uw Heiland èn Zijn levensarbeid èn Zijn stervenswerk ongedaan maken en Hij zou door de vreugde van den eersten dag een streep halen.

Hij zou den steen weer voor het graf wentelen en Zijn opstanding feitelijk vruchteloos maken, en... koester toch zulke gedachten niet van uw Middelaar. Zijn opstanding waarborgt u, dat Hij, al houdt Hij Zich verborgen, toch bij u is en u geen oogenblik alleen laat, en ween nu niei Maria van Magdala, Jezus staat voor u; ziet niet droevig, wandelaars naar Emmaus, Jezus gaat aan uw zijde; antwoordt niet bitter met een kort: neen, visschers op Galilea's zee, Jezus staat op den oever; en zit niet moedeloos neer, discipelen van Jezus in dezen tijd, midden in de moeiten en zorgen van heden staat uw Heiland om uw ziel te troosten, en al omsluiert Hem de duisternis der tegenheden, zij onttrekt Hem aan u niet en kan geen scheiding maken. En Zijn verborgenheid, hoe pijnlijk zij dan ook wezen moge, heeft deze heerlijke bedoeling, dat gij uw armoede des te dieper zult gevoelen om begeeriger te zijn naar Zijn rijkdom, die in uw ellende zich heerlijk zal openbaren. Want grooter dan de Helper is de nood nimmer. Sterker dan de Levensvorst is het geweld der zonde niet. Machtiger dan Jezus is geen crisis in dezen tijd, en stil nu, onrustige ziel, wier netten ledig zijn, Jezus staat op den oever, al weet gij niet, dat het Jezus is, want, Halleluja, Zijn staan hangt niet af van ons weten.

Dat meenen we wel dikwijls.

Wanneer we Hem niet zien, omdat onze oogen gesloten zijn, zeggen wij, dat Hij er niet is en klagen we over Zijn afwezigheid en ontrouw.

En... deze klacht moet ons tot schuld worden tegenover den verrezen Heiland.

Wij zullen ons verootmoedigen over onze mismoedigheid en ons schamen voor den Heere Jezus, dat wij in Hem ons teleurgesteld gevoelen en tegen Hem harde woorden zeggen. Het moet ons tot droefheid stemmen, dat wij uit Zijn verborgenheid tot afwezigheid of nog erger tot verlating besluiten, en zoo spoedig gereed zijn met onze korte en harde antwoorden: neen... En in die droefheid komen wij tegenover den verrezen Heiland op de rechte plaats te staan en zien wij Hem en ons zelf in het rechte licht. Hem, want ook dan, wanneer wij ons eenzaam gevoelen en alleen wanen, staat Hij op den oever, en Hij houdt Zich slechts verborgen om ons te beproeven en straks in nog rijker glans Zijn heerlijkheid te openbaren. En ons zelf en onze moeiten, want neen,

Sluiten