Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn hemelvaart sluit Zijn werk op aarde af, — en het evangelie eindigt dan ook met dezen glorievollen tocht naar het paleis des Vaders, — maar diezelfde hemelvaart is ook het begin van Zijn arbeid in den hemel, waar Hij voor ons bidt, waar Hij ons regeert, van waaruit Hij ons zegent en ons de boodschap der genade doet hooren.

Van die machtige beteekenis spreekt Lukas in het begin van de Handelingen der apostelen. Hier valt namelijk alle nadruk op de woorden: tot op den dag in welken Hij opgenomen is, en die dag vormt de overgang van wat Jezus begonnen heeft te doen en te leeren tot wat Hij voleindigt in den hemel der heerlijkheid. Of anders uitgedrukt: die schoone dag vormt de overgang van het Evangelie naar de Handelingen, van de verwerving tot de toepassing der zaligheid, van de zaaiing tot de maaiing, en deze dag is het groote keerpunt in de komst van het koninkrijk der hemelen, dat nu zijn loop door heel de wereld kan aanvangen.

Dit wordt ons reeds aanvankelijk duidelijk wanneer wij ons bezinnen op de opdracht van dit boek.

Lukas, de arts uit Antiochie, richt zich, evenals in het begin van zijn evangelie, tot een zekeren Theofilus, over wien deze tweevoudige opdracht verrassend licht werpt. Uit den aanvang van het evangelie blijkt, dat deze Theofilus een man van hoogen stand was, want Lukas noemt hem: voortreffelijke, of duidelijker vertaald: aanzienlijke Theofilus, maar deze titelatuur doet tevens vermoeden, dat hij toen nog niet tot de gemeente behoorde. In den kring der christenen werd niemand op deze wijze aangesproken. Indien hij een broeder geweest was, zou Lukas wel gezegd hebben: geliefde broeder of alleen: o Theofilus, waarom deze man, wiens naam de schoone beteekenis van: godsvriend heeft, zeer waarschijnlijk, toen Lukas zijn evangelie schreef, nog niet tot het christelijk geloof was overgegaan maar alleen als een belangstellend heiden gaarne hoorde van de dingen des koninkrijks. Welnu, om hem de heerlijkheid van dat rijk te toonen schrijft Lukas zijn eerste boek. Natuurlijk niet alleen voor hem maar toch wel bijzonder met het oog op deze zoekende ziel, en de door liefde gedragen arbeid van Paulus' medewerker draagt rijke vrucht. Het evangelie van Lukas, waarin voor den ontwikkelden Griek de omwandeling en het werk van den Heiland met groote nauwkeurigheid wordt verhaald, mag het middel zijn om den zoekenden Theofilus te overtuigen van de waarheid van Christus. Want wanneer Lukas dit tweede boek, de Handelingen der apostelen, aan hem opdraagt, noemt hij hem niet meer aanzienlijke doch zonder meer o Theofilus. De aanzienlijke heiden is voor Jezus gewonnen en een discipel van den Zaligmaker geworden. Aan hem draagt de arts uit Antiochie ook dit tweede werk op En wanneer hij dit doet herinnert hij hem wat de inhoud van het evangelie is.

Sluiten