Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wachtende

fPinksteradvent).

Kerk

Psalm 133 : 1, 3.

Lezen: Wet des Heeien (waarna gezongen wordt

Psalm 131 : 2). Handelingen 1 : 13—26.

Psalm 135 : 1, 2, 12. 134 : 1, 2, 3. Halleluja, eeuwig dank ~ en eere.

En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Matthéüs, Jakobus, de zoon van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, de broeder van Jakobus.

Deze allen waren eendrachtiglijk volhardende in het bidden en smeeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.

En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Barsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias.

En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij kenner der harten van allen, wijs van deze twee één aan, dien Gij uitverkoren hebt,

Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijn eigen plaats.

En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemeene toestemming tot de elf apostelen gekozen.

Handelingen 1 : 13, 14, 23—26.

Aan den pinksterstorm des Geestes gaat de stilte van het advent voorat De Trooster komt tot een gemeente, die biddend en wakend zich voorbereid heeft om Hem te ontvangen, en die in deze pinksterwake gehoorzaamde aan het uitdrukkelijk bevel van haar Heiland en Heere.

Blijft gij, zoo had Hij vlak voor Zijn hemelvaart tot Zijn jongeren gesproken, blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gy zuü aangedaan zyn met kracht uit de hoogte, verwachtende de belofte des Vaders, die gij van Mij gehoord hebt.

Sluiten