Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groepeert de apostelen anders. Hij voegt hier niet samen Petrus en Andreas, Johannes en Jakobus, de twee broederparen, maar hij verbindt hier Petrus en Jakobus, Johannes en Andreas. En daarmede wil hij dit zeggen, dat in de gemeente van Jezus Christus, al werkt God in de lijn des verbonds, niet de banden des bloeds beslissen maar de geestelijke gemeenschap, en dat iri die gemeenschap de eenheid der gemeente ligt Zij schuilt in de samenstemming met Christus en met den Vader. Zij is de band der geloovigen onderling en hun gemeenschappelijke gebondenheid aan den Koning der kerk, Die, neen niet in valsche eenheid, maar in de waarachtige gemeenschap der heiligen wil verheerlijkt worden. En de schoonheid van die gemeenschap komt des te sterker hierin uit, dat zij de persoonlijkheid niet te niet doet. Hier is Petrus met zijn onstuimigen ijver; hier vonkt de vurige liefde van Johannes; hier heeft de vragende belangstelling van Filippus een plaats; hier wordt geen Thomas, de discipel der langzame bezwaardheid, geweerd, en hier is de heilige variatie Gods, waarin de vele, onderscheidene stralen Zijn veelkleurige wijsheid verkondigen en zich alle vereenigen tot het eene licht der genade, dat Zijn heerlijkheid weerkaatst.

In dien schoonen glans moogt ge de apostelen zien. . Maar bij hen blijft Lukas niet staan.

Hij leidt onze aandacht ook tot de andere leden der gemeente en dan noemt hij eerst de vrouwen.

Met de vrouwen, zegt hij, zonder van die vrouwen een opsomming te geven of een enkelen naam te noemen.

Maar in dat eene woord vrouwen ligt een wereld van liefde en trouw den Heiland en Zijn kerk bewezen.

Want deze vrouwen zijn de discipelinnen, die Jezus gevolgd zijn en Hem, trots allen hoon van farizeërs en schriftgeleerden, gediend hebben van haar goederen.

Vrouwen, die de verachting van het vrouwenleven van die dagen getrotseerd hebben en den tweeden Adam tot hulp zijn geweest, niet tegenover maar achter Hem in stille geloofsgehoorzaamheid en hartelijke liefde.

Vrouwen, die zich op Golgotha hebben gewaagd met den heldenmoed des geloofs en den Man van smarten verkwikt hebben door haar tegenwoordigheid.

Vrouwen, die in den morgen der verrijzenis Jezus het eerst mochten begroeten en de eerste boodschapsters van Zijn leven zijn geweest

Vrouwen, die de mannen beschaamden en verdienden bijzonder genoemd te worden.

Zij hooren ook bij de christelijke kerk niet minder dan de mannen, en zij zijn het levend getuigenis van de vrijmaking der vrouw door Jezus Christus, Die haar niet emancipeert tegenover den man maar haar maakt

Sluiten