Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot zijn dienstmaagden en Zijn priesteressen, tot Zijn profetessen en worstelaarsters, voor wie Hij de kroon der eere bereidt. Deze waarachtige vrouwenvrijheid is alleen te vinden in de kerk van Jezus Christus en in haar bloeit het vrouwenleven op in de rijkste en teerste schoonheid. En ook het persoonlijk leven der vrouw. Hier is de durvende Salome; hier vergadert de vurige Magdaleensche; hier is, zij het in schuchterheid, tegenwoordig de stille Maria van Nazareth; hier vindt, ge Maria, de trouwe apostelmoeder, in wier huis de gemeente samenkomt, en hier is ook Maria, de moeder des Heeren. Neen, de christelijke kerk stoot het vrouwenleven niet af en ook haar zielen, de harten van ouderen en jongeren, wachten op den Geest Gods. Want de Trooster ontsluit de poorten van dat schoone gebied des Heeren, waarop niet alleen de zonen maar ook de dochters profeteeren en op de dienstmaagden de Geest zal uitgestort worden. Het vuur des Geestes brandt niet alleen in mannen maar ook in vrouwenharten, en straks zal de christelijke groetenis uitgaan naar Priscilla en Persis, naar Tryfena en Tryfosa, naar Maria en Phebe, vrouwen, die veel gearbeid hebben in het evangelie en medewerksters en medestrijdsters zijn geweest met de apostelen. Met de vrouwen...

Hier is de kerk van den nieuwen dag.

Het pinksterkoor zet reeds in.

De pinksterpsalmen beginnen te ruischen.

In Jezus Christus is noch man noch vrouw en de staketselen der oude bedeeling vallen weg.

Ook uit den mond der vrouwen bereidt de Heere Zich in het midden der gemeente lof en aanbidding.

Al worden haar namen niet genoemd en al treden zij met al haar arbeid niet op den voorgrond.

• *

Slechts één vrouw wordt apart vermeld.

Zij is Maria, de moeder van Jezus, en Lukas noemt haar hier opzettelijk met zulk een teeren naam.

Moeder van Jezus — daarin ligt alles opgesloten, waarom zij en niet de anderen met name genoemd wordt, en moeder van Jezus is ook voor ons de naam, die ons hart met eerbied vervult Zij heeft het Kind Jezus, onzen Verlosser, onder het hart gedragen. Zij heeft in Bethlehem's stal den Heiland gebaard. Zij heeft Hem gevoed en opgevoed, maar... Hem ook als haar Zoon moeten missen, en het laatst vóór deze opperzaal zagen wij haar aan de hand van Johannes van Golgotha gaan. Toen sneed het zwaard der diepste smart door haar ziet Toen was ze gebroken door het felle leed. Toen zag ze al haar moederlijke idealen

Sluiten