Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verpletterd, en het schoone gewaad van aardsche glorie, dat haar liefdevoile verbeelding om haar Zoon geweven had, vaneengereten, en... in haar ooren klonk: vrouw, zie uw zoon... Maar, Godlof, de terneergebogene is opgericht en de bedroefde van hart is getroost In Johannes' woning heeft zij rust gevonden en de vreugde van den eersten dag, den dag der verrijzenis, gesmaakt, en nu wacht zij als lid der gemeente van Jezus Christus op de komst van den Trooster. Ais lid der gemeente.

Niet in roomschen zin als de vorstelijke patrones der kerk. Haar plaats is in de opperzaal niet op den troon maar aan de voeten der apostelen.

Indien de roomsche vereering van de „moeder Gods" in overeenstemming was met de werkelijkheid der Schrift, zou Maria het eerst genoemd zijn en aan de apostelen vooraf gaan.

Dan had Lukas haar gezien in den vollen glans van haar majesteit, die uitstraalde in de wachtende kerk

Maar nu noemt hij de apostelen het eerst, want zij zijn de zuilen, die de gemeente dragen, en het laatst Maria, de moeder van Jezus, en haar als een gewoon lid der gemeente met de andere vrouwen en met haar zonen.

Maria heeft zich met de gemeente vereenigd en zich gesteld onder het ambtelijk gezag der apostelen, en... dit is het laatste bericht van de moeder des Heeren.

Nu spreekt de Schrift over haar niet meer.

Wij zien haar, en is deze aanschouwing niet schoon, het laatst in de kerk wachtend op de komst van den Trooster, in gehoorzaamheid aan het bevel van haar Heiland en Heer.

En dan zien wij haar met haar zonen.

Met Zijn broederen, vertelt Lukas, dat zijn de broederen van Jezus, de zonen van Jozef en Maria, en welk een vreugde voor deze moeder, dat zij hier met haar kinderen zijn mag! Want deze kinderen moesten vroeger van het geloof in den Zaligmaker niets hebben. Markus meldt ons van hen,, die Hem bestonden, dat zij uitgingen om Hem vast te houden; want ze zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen (Markus 3 : 21). En Johannes verklaart deze houding, wanneer hij bij het laatste Loofhuttenfeest, dat Jezus meemaakt, dus nog geen jaar geleden, van Maria's zonen zegt: want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem (Joh. 7 : 5). Om dit ongeloof heeft de Heiland aan het kruis Zijn moeder aan de zorg van Johannes toevertrouwd, en haar niet naar een van haar zonen verwezen, want hoe zou deze bitter bedroefde van ziel steun en troost vinden bij een, die haar Verlosser niet als Heiland erkende? Maar... de weeklage verandert in een rei. Na den dag der

Sluiten