Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstanding daagt het licht der bekeering. Christus is ook van zijn broeder Jakobus gezien. De broeders hebben Hem liefgekregen als hun Middelaar, en hier mag de moeder van Jezus ook zijn als moeder van en met haar andere zonen. Haar moedersmart verkeert in innige moedervreugde, — want dit is toch voor een vader en moeder de hoogste blijdschap, dat hun kinderen in den Heere Jezus gelooven, — en wachtend op den Trooster mag zij juichen: zie, ik en de kinderen, die de Heere mij gegeven heeft, zijn tot teekenen en tot wonderen in Israël, van den Heere der hetrscharen, die op den berg Sion woont (Jesaja 8 : 18).

Zoo schittert in deze jonge kerk de heerlijkheid des verbonds.

Hier klinkt reeds het pinksterlied der trouwe Gods: a komt de belofte toe en uw kinderen.

De Heere vervult Zijn verbondsbeloften aan de gezegende onder de vrouwen.

Haar kinderen mogen tot de wachtende kerk behooren, en straks in de kerk, die den Trooster ontving, arbeiden als dienstknechten van Jezus Christus.

Jakobus en Judas hebben beiden een zendbriéf geschreven aan de geloovigen, en Jakobus is door Gods genade de leidsman van de gemeente te Jeruzalem.

God werkt Zijn genade-arbeid in de lijn der geslachten en deze jonge kerk predikt de vastigheid van Zijn verbond.

En met Maria en haar kinderen en met de apostelen en met de vrouwen vereenigen zich nog tal van geloovigen tot een getal van ongeveer honderdtwintig zielen.

De kerk is er, al is ze klein.

Maar zij vertoont in alles de kenteekenen van het huis Gods naar hei bestek van Zijn verbondsgenade.

En zulk een kerk. kan wachten, omdat in haar de Geest Gods wil wonen.

Deze dingen zijn wel tot onze bijzondere leering geschreven in dagen, waarin tusschen Geest en kerk een valsche tegenstelling gemaakt wordt en deze tegenstelling menig gevoelig hart bekoort.

De plaats, zoo predikt men, waar men Jezus ontmoet en waar de zegen des Geestes genoten wordt, is niet de kerk maar de intieme conferentie en het vrome gezelschap. De kerk is oud en verouderd/De kerk is als Eli geworden, die zelden van haar stoel afkomt en slechts één goed ding doet, namelijk de menschen en ook de jonge menschen naar God wijzen. De kerk heeft den stroom van het leven aan zich laten voorbijgaan, en nu naar de tenten uwer intimiteit, o Israël. En laten wij vooral

Sluiten