Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lukas vermeldt dit met groote opzettelijkheid, want hij herhaalt aan het begin van de pinkstergeschiedenis dit zelfde woord weer: waren zij allen eendrachtiglijk bijeen.

Zij werden, zooals er letterlijk staat, bezield door één geest

De harten waren verbonden door heilige liefde en deze jonge kerk kenmerkte zich door heilige solidariteit

Nu twisten de jongeren niet meer wie van hen de meeste zal zijn, en vragen Johannes en Jakobus niet om de eereplaats.

Nu is er geen afgunst van de discipelen op de vrouwen, die de eerste boodschapsters der verrijzenis mochten zijn.

Nu is er echte, geestelijke eenheid, want alleen waar die eenheid heerscht en waar die liefde woont ,wil de Geest wonen en gebiedt Hij den zegen en het leven tot in eeuwigheid.

Mits wij deze eenheid niet verkeerd verstaan.

Zij is niet de verbroedering der synthese, die de deuren voor allen openzet en in naam van de liefde de kerk maakt tot een open hof. Zij is niet die eenigheid, die aan ieder, van welke overtuiging ook, plaats gunt, want zij is, gelijk het grondwoord aangeeft, eensgeestesschap. Zij bestaat hierin, dat de geloovigen het samen eens zijn in de eenigheid des waren geloofs en dat zij samenstemmen in één belijden en één getuigenis voor de wereld. Andere eenheid mag Christus' kerk niet dulden. Alle valsche eenheid wijze zij met beslistheid af. Zij kent alleen de eendracht naar het bevel en naar het gebed van haar Hoofd en Koning: En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn gelijk als wij één zijn; Ik in hen en Gy in Mij (Joh. 17 : 22, 23). En waar die eenheid woont, wil Gods Geest wonen, of neen woont Hij, want deze liefde is de vrucht des Geestes.

* *

Zoo heeft de kerk in eendracht gewacht op de komst des Geestes. En op dit laatste moet zich al onze aandacht spannen. .Want de jongeren hadden vroeger gansch andere verwachtingen gekoesterd.

Zij hadden gedroomd van een aardsch koninkrijk en van een vleeschelijken koning.

Zij hadden in een stralende toekomst Davids troon hersteld gezien en zich zelf als eerste rijksgrooten in des konings paleis.

Maar nu is van dien dwazen droom niets overgebleven en al het aardsche en stoffelijke heeft moeten plaats maken voor het echt-geestelijk heimwee, dat doet uitzien naar de verwerkelijking niet van onze wenschen maar naar de vervulling van de beloften Gods.

Christus' kerk smeekt en bidt om den beloofden Trooster, Die haar in

Sluiten