Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getuigt? En is de weg, dien de voortvarende Petrus inslaat, wel zuiver? Mochten zij wel twee stellen naar eigen begeeren en hadden zij de geheele aanwijzing niet aan God moeten overlaten ? Blijkt niet uit het feit, dat niet de eerste maar de tweede van de voordracht wordt gekozen, dat de Koning der kerk niet den weg begeert, dien Zijn jonge gemeente bewandelt? En is dit alles niet gevolg hiervan, dat de Geest Gods nog niet is uitgestort en het volle licht over de kerk van Christus niet is opgegaan ?

Gij kent deze vragen en ook het antwoord, dat velen geven. Een antwoord, dat deze daad van de wachtende kerk als voorbarig afkeurt.

Deze afkeuring kunnen wij echter niet deelen, omdat de Schrift er met geen woord overspreekt.

Er is in dit verhaal geen zweem te vinden van iets, dat op critiek gelijkt, en integendeel, dit gansche gebeuren wordt gerekend tot de rechte voorbereiding voor den dag van Pinksteren.

Dat Christus Zelf straks Paulus zou kiezen als apostel der heidenen konden Petrus en de anderen niet weten, en zij hadden te rekenen met den toestand, zooals die toen was. Zij hadden te doen met de ledige plaats en de gebroken harmonie, en de apostelkring moet volledig zijn, wanneer de Geest Gods komt. Jeruzalem moet gebouwd wezen als een stad, die wel samengevoegd is. En de gemeente verricht dezen arbeid met God. Zij roept over dit werk den naam des Heeren aan. Zij geeft de keuze uit het tweetal aan Hem over. Zij wacht biddend Zijn beslissing af, en geen stem des Heeren wordt vernomen, die deze verkiezing voor ongeldig verklaart. En wat voorts de plaats van Paulus aangaat, wanneer hij als apostel optreedt, kan hij de ledige plaats van Jakobus, den broeder van Johannes, die door Herodes gedood wordt, innemen, en... welke namen op de twaalf fundamenten van het nieuwe Jeruzalem staan kunnen we geloovig aan Hem overlaten, Die deze namen op die steenen gegraveerd heeft.

De jonge kerk heeft niets onbehoorlijks gedaan.

Zij heeft, in haar wachten met groote trouw gezorgd voor haar eigen kerkelijk leven.

En in die zorg treft ons de eenstemmigheid tusschen ambtsdragers en gemeente.

De apostelen geven de leiding maar de leden der gemeente vereenigen zich, met algemeene toestemming.

Er is liefdevolle samenwerking, die met het eendrachtig bidden en wachten de gemeente geschikt en gereed maakt om den Geest te ontvangen.

Zoo zien wij de eenheid tusschen Geest en kerk

Sluiten