Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De komst van den Geest

(Pinksteren).

Psalm 68 : 14.

Lezen: Wet des Heeren (waarna gezongen wordt Psalm 119 : 3).

Genesis 1 : 1,2. Handelingen 2 : 1—4. Openbaring 21 : 1—3.

Pinksterlied (II) : 1, 2. Psalm 87 : 2, 4. „ 135 : 12.

En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtiglijk bijeen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest. ■ Handelingen 2 : 1, 4a.

Het feest van Pinksteren, dat wij heden vieren, is het feest van de komst des Geestes op deze aarde.

Zooals ons kerstfeest het christelijk hoogtij is van de komst van Gods Zoon in deze wereld vieren wij op den pinksterdag de nederdaling van den anderen Trooster, van den derden Persoon in het goddelijk wezen, tot ons menschenleven, en in die komst van den Heiligen Geest schuilt de kern van ons Pinksteren. Die kern is niet te zoeken in alles, wat de komst des Geestes vergezelt of door Zijn komst bewerkt wordt. Die kern ligt niet in het geluid als van een stormwind of in de tongen als van vuur en zelfs niet in het spreken met vreemde talen. Die kern mag evenmin gezocht worden in den rijken pinksterzegen, die in de bekeering van duizenden en in den triomf des koninklijks voortstuwt door de nog donkere wereld, maar het feit, het machtige, tot aanbidding stemmende wonder van Pinksteren is, dat nu de Geest Gods op deze aarde en onder de menschen komt wonen en Zijn tabernakel hier vestigt in Zijn gemeente. Hij kiest nu hier Zijn residentie. Hij gaat hier in in het menschenleven. Hij bouwt hier Zijn tempel. Hij wil in Zijn groote liefde, — en komt zelfs bij zooveel liefde niet de gedachte aan een vernedering des Geestes op ? — de harten van Gods kinderen wijden tot Zijn woning, en de kerstjubel van het vleeschgeworden Woord mag getransponeerd worden in den niet minder blijden zang van Pinksteren: en de Geest Gods

Sluiten