Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dien morgen brengt God, de Schepper van hemel en aarde.

Hij komt in den Geest tot die aarde.

Het wordt Pinksteren in de schepping aller dingen.

De Geest, Die van den Vader en den Zoon uitgaat, daalt neer, en de Geest Gods zweeft op de wateren.

En in dit zweven is een tweevoudige werking Gods.

De Geest des Heeren is in deze komst eerst de Geest, Die over de golvende aarde zweeft, en Die dus, anders was het zweven niet noodzakelijk, in deze woeste en ledige wereld geen rust vindt.

Hier is in de wateren voor Hem nog geen plaats om te wonen.

Hier kan Zijn tempel nog niet verrijzen, en evenals de duif uit de ark der behoudenis over de wateren van den zondvloed bleef vliegen en geen plek vond voor het hol van haar voet, zoo biedt de vormelooze en ledige aarde aan den Geest des Heeren geen plaats der rust.

Op deze aarde is nog geen woning Gods.

Maar zij komt tot stand.

De schepping vindt haar doel niet in den chaos doch in den kosmos, want het zweven van den Heiligen Geest is tevens majestueuze, goddelijke levensarbeid.

Zijn zweven is broeden en levenwekken.

Hij strijdt met den chaos en worstelt in de oerwateren om de scheppingsheerlijkheid tot volle openbaring te brengen, en onder den sluier van den zwevenden Geest voltrekt zich het wonder, dat uit den donkeren nacht oprijst de stralende dageraad der schepping. En dan wordt deze aarde toebereid tot de inwoning des Heeren Heeren. Dan verandert, en welk een schoon Pinksteren, haar vormeloosheid in de schoonste orde. God breekt de duisternis door het licht. Hij heft de aarde op uit den schoot der wateren. Hij maakt scheiding tusschen dag en nacht; scheiding tusschen wateren en wateren; scheiding ook tusschen de aarde en de zeeën, en wanneer door deze ordening van het eeuwige Woord, Dat zelf God is, de harmonie in de wereld is geboren, wordt ook haar leegheid teniet gedaan. De Geest dringt met Zijn leven en kracht in heel de aarde door. Hij brengt alle leven tot ontplooiing. Hij haalt het uit de diepste schachten, en doet het uitbreken in schoonheid en heerlijkheid, en... de aarde wordt getooid met feestgewaad. Op haar groenen de boomen en bloeien de bloemen. Boven haar straalt de zon en tintelen de sterren. Over haar huppelt het gedierte, en om haar doorsnijden de visschen de wateren, en dit leven bereikt zijn hoogtepunt en rijkste ontplooiing in den mensch. Hem schept de Formeerder van alle dingen naar Zijn beeld en gelijkenis. Hem verheft Hij boven het dier, en zelfs boven den engel. Hem geeft Hij verwantschap aan de onzienlijke en zienlijke dingen. Hem stelt Hij als koning over het geschapene. Hem begiftigt Hij

Sluiten