Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de eenheid van stof en geest en aan die eenheid paart zich de vrede tusschen hemel en aarde. En de rijkste heerlijkheid van het beeld Gods is, dat deze mensch kind van den hemelschen Vader mag zijn en hij Gods zoon mag genaamd worden. In hem is de woestheid en ledigheid omgezet in de hoogste orde en de schoonste levensvolheid, want in hem is de rijkste orde van het leven Gods en de diepste weelde van de gemeenschap met den Vader, Die in de hemelen is.

En als hij geschapen is kan God spreken: en ziet, het is zeer goed.

Dan rust God van Zijn werken en gaat de Schepper in tot Zijn sabbat

Dan wordt het zweven van den Geest tot heilige rust der inwoning op deze aarde, want Hij vindt hier Zijn tempel.

Die woning is immers eerst het hart van den mensch, die volkomen rechtvaardig en heilig is, maar dan ook de menschengemeenschap in het paradijs, waar alleen de vrede van den hemelschen sabbat wiekt

Gods volk, of wilt ge Zijn kerk in Edens hof is de plaats der rust, en het is hier op aarde enkel pinksterweelde.

Hier, en dat is de schoonheid van deze wereld, wil God wonen en in die woning de teerste gemeenschap oefenen met Zijn kind.

• *

Alzoo is het komen van den Geest Gods in den arbeid der schepping.

Hij begint met neer te dalen tot een woeste en ledige aarde, waarin God de Vader en het eeuwige Woord een volheid van leven geschapen hebben, doch waarover Hij, zoolang die aarde vormeloos blijft, slechts kan zweven.

En het einde van Zijn levenwekkende werking is, dat uit de woestheid en ledigheid te voorschijn treedt een aarde, die vol is van schoonheid en heerlijkheid, en waarop Gods beelddrager, Zijn kind, gesteld is tot een woonstede Gods in den Geest.

Wilt ge iets van die heerlijkheid des Geestes zien?

Dan moet ge in dezen blijden lentetijd uw oogen gunnen de weelderige genieting van de schoonheid in Gods jubelende schepping. Zeker, Pinksteren is voor ons niet in de eerste en hoogste plaats een natuurfeest, maar wij vergeten de vreugde der natuur niet. In Israël vierde men op Pinksteren ook het hoogtij van den oogst, dat is het feest van des Heeren zegeningen in het rijk der natuur, en wij moeten ook op ons Pinksteren het lofoffer Gode brengen voor den zegen des Geestes in het ontwaakte naar alle kanten uitbrekende scheppingsleven. Ook daar geeft Gods Geest pinksterweelde, want de rijke zegen van de Mei, die de bloemen in bloei zet, die de takken kroont met sneeuwwitte bloesems, die de velden kleedt met een bruidsgewaad, die aan heel de natuur haar

Sluiten