Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jubelende lentetooi geeft, is het werk van de Geest Gods. Gij kent toch wel bet wondere woord uit den natuurpsalm bij uitnemendheid: zendt Gij Uw Geest uit, zoo worden zij geschapen en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks? (Psalm 104 : 30). Die psalmklank spreekt ons van het werk des Geestes in de vernieuwing van het gelaat des aardrijks, en op dit mooie beeld moet gij even uw aandacht richten. Het leidt uw oog tot het gelaat der aarde, en dat gelaat, d. L wat wij van de aarde zien, is in den winter oud geworden. De blijde trekken van den zomer zijn verstroefd. Diepe rimpels hebben zich als voren in dat gezicht getrokken. De lenteglans is verdofd; alles is grijs en grauw geworden; aan boom en op veld geurt geen bloesem of bloem; 't is doodsch in de bosschen en op de akkers, en de vogelen zwijgen nu de levensdag daalt. Maar... de natuur sterft nooit God laat Zijn schepping niet in den dood onder gaan. Het wordt Pinksteren, want Hij zendt uit dien Geest, Die in den morgenstond der wereld broedend zweefde over den bajerd om uit de wateren de aarde op te heffen tot ongerepte heerlijkheid, en die Geest grijpt de aarde aan. Hij is zelfs in den winter reeds bezig om lente te maken. Hij werkt als alles verstorven schijnt m de donkere schachten der aarde om het Mei-schoon voor te bereiden, en... wanneer de lenteklokken beginnen te luiden, wanneer de eerste adem van een milden voorjaarswind over de velden vaart, vernieuwt Hij het gelaat des aardrijks. Hij strijkt de rimpels glad. Hij verjeugdigt de verstarde trekken. Hij toovert nieuwen glans op het dorre gelaat en dan ..., dan staat uit de winterdoodschheid op een verjongde natuur als een bloeiende bruid; dan geurt en kleurt bloem en blad aan stengel en tak; dan spreidt Gods Geest over de velden het jonge groen en strooit Hij over de aarde de bloemen der Mei; dan doet Hij het leven juichen in de vreugde van haar schoone jeugd, en de schepping, die zucht onder den vloek, viert toch haar Pinksteren.

Dien psalm der schepping zal de gemeente Gods beluisteren.

Hij moet voor haar de herinnering zijn aan het paradijs, dat de Heere ons gaf.

Hij predikt ons hoe God alles gemaakt heeft en dat Zijn werk enkel schoonheid is.

Hij is tevens de onbedriegelijke profetie van de eeuwige lente op de nieuwe aarde, waarop God wonen zal in de volle openbaring van Zijn gemeenschap.

Luistert dan allen, die het feest van den Geest Gods viert, naar dit lied van den Geest en laat het in uw ziel vinden den weerklank der aanbidding, die God vraagt van Zijn volk.

Bewondert in die aanbidding de schoonheid der schepping, waarin door alle lijden der verderfenis heen iets is van den opgerepten bloei

Sluiten