Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wat is het werk des Vaders?

Toch dit, dat Hij, om met ons Doopsformulier te spreken, met ons een eeuwig verbond der genade heeft opgericht.

Toch dit, dat Hij Zich een volk ten eeuwigen leven heeft uitverkoren, en dat volk, dat naar het heilig bestek des verbonds vergaderd wordt, aan den Zoon gegeven heeft ter verlossing.

En van dat verbond nu is Christus èn Borg èn Hoofd.

Dat verbond verwerkelijkt en bevestigt Hij in Zijn bloed.

Dat verbondsvolk koopt Hij uit satans macht met den duren prijs van Zijn leven, en Zijn liefde strekt zich evenver uit als de genade van Zijn'Vader, Die in de hemelen is.

Alle beloften Gods zijn immers in Hem ja.

Welnu, dan ook de beloften voor onze kinderen, en deze beloften vervult onze Heiland ook aan het zaad van Gods volk. Hij zegent immers de kinderen en spreekt naar den heiligen regel van het verbond der genade: laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet want derzulken Is het koninkrijk Gods. Hij neemt tegenover de vijandschap van Israëls leidslieden, de kinderen, die Hem het Hosanna toejubelen, in bescherming, want: uit den mond der jonge kinderen hebt Gij U lof toebereid en sterkte gegrondvest. Hij heeft Zijn bloed gestort voor de grooten en voor de kleinen, die in Hem geheiligd zijn, en de liefde van den Zoon is niet enger dan des Vaders genade. En wanneer nu in het werk van Jezus Christus ook het zaad der gemeente begrepen is, al zijn niet allen Israël die van Israël zijn, kan de Geest Gods Die tot de kerk komt, de jongeren niet voorbijgaan, maar moet Hij, Die het alles uit den Middelaar neemt, ook hen, Jakobs heilig kroost, zegenen met vrede en vertroosting. Zijn vuur brandt niet alleen in de ouderen maar ook in de jongeren, en dit is het, geloovige ouders: uw zonen en dochteren zullen profeteeren, en dit is het, jongeren in 's Heeren kerk: gij moogt gezichten zien. Halleluja; looft den Heere van de aarde; jongelingen en ook maagden, gij ouden met de jongen; dat zij den naam des Heeren loven, want Zijn naam alleen ts hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel. En Hij heeft den hoorn Zijns volks verhoogd, den roem aller Zijner gunstgenooten, der kinderen Israëls, des volks, dat nabij Hem Is. Halleluja I (Psalm 148 : 12—14).

Kan er dan een tegenstelling zijn tusschen Geest en jeugd?

Is er een tegenstelling tusschen Christus en de jeugd?

Of een tegenstelling tusschen den Vader en de kinderen des verbonds ?

Pinksteren, het feest der vervulling, is ook, den God aller genade tot lof en eer, het feest van de jeugd.

Sluiten