Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is het...

Die jubel geldt niet alleen den zegen, die op het Pinksterfeest te Jeruzalem uitgestort werd.

Ook nu werkt diezelfde Geest in het midden der gemeente, en ook onze zonen en dochteren mogen profeteeren en onze jongelingen zien gezichten even zeker als onze ouden droomen droomen.

God heeft de stroomen des heils niet in andere bedding geleid, en het feest van dezen dag is het feest van de gansche kerk van Christus.

Wilt ge dit feest aan de jeugd ontzeggen?

Wijst ge op den afval van vele jongeren en op de wereldgelijkvormigheid, die in den kring van onze zonen en dochteren binnendringt?

Klaagt ge over de opstandigheid der moderne jeugd en over de oppervlakkigheid, waarin tal van jonge harten ondanks veel schijnvertoon verarmen ?

Ziet ge de scherpe conflicten tusschen het feest van den Geest en de twijfelzucht en afkeerigheid, die in bond met de genietingen der zonde menige jonge ziel meevoeren als haar buit?

Die donkere schaduwen ontkennen wij niet en dien afval mogen wij niet verbloemen. Wij gaan onze jeugd niet idealiseeren en stellen onze jongens en meisjes niet op een voetstuk, dat voor hen te hoog zou zijn. Wij hooren de stormen van hun vaak niet-geloovige vragen wel en zijn niet blind voor de verleiding van wereld en zonde. Wij vergeten ook niet, dat menige vader en moeder schreit om een verloren zoon of dochter, die het goed der wereld liever had dan vaderzorg en moederliefde, en den dienst des Heeren den rug toekeerde. Maar ook die sombere, zwarte plekken mogen ons niet verhinderen het licht des Geestes te zien stralen in het jonge leven, dat God zoekt en Jezus need'rig wil volgen. De Heere gedenkt Zijn verbond. De Geest van Christus grijpt ook onder ons de jonge harten aan. Zonen en dochteren profeteeren en belijden. Jongelingen zien de heerlijkheid der eeuwige dingen. En wanneer wij hen belijdenis hooren afleggen van hun geloof, zeggen wij dankend: dit is het, dit is het. Wanneer wij hen zien in de vorming en voorbereiding voor den strijd, die wacht, juichen wij: dit is het. Wanneer wij, ook op het gebied van kennen en kunnen luisteren, hoe zij zich het evangelie van Christus niet schamen, belijden wij: dit is het. En wanneer wij uit hun monden het jonge lied hooren:

Het leven ons geschonken, nog vol, nog rijk en schoon Nog met den glans omblonken, van jonkheids bloesemkroon, Zij aan Gods dienst geheiligd, in arbeid, vreugde en strijd En door Zijn vrees beveiligd, voor d' afval van den tijd.

of de jeugdbede:

Sluiten