Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is het dan vreemd, dat de Geest des Heeren naar dien dag verlangend uitziet en om die blijde toekomst roept in het eene woord: kom?

Kom, groote dag der voleinding, wanneer hier het nieuwe Jeruzalem neerdaalt.

En in dat verlangen, en dit is de derde verklaring van het roepen des Geestes, is ook de begeerte van den Trooster naar Zijn eigen rust.

In de toekomst van onzen Zaligmaker is immers, gelijk wij zagen, ook de arbeid van den Trooster volmaakt en ontvangt Hij op Zijn werk de kroon der eere. In die voleinding heeft Hij uitgewerkt en toegepast, wat Hij moest uitwerken en toepassen, en breekt voor Hem de sabbat aan. En wondere harmonie van den drieeenigen God. Bij de schepping klonk het volbracht des Vaders, als Hij ziet, dat alles zeer goed is en Hij ten zevenden dage rusten kan. Op Golgotha, dus bij de verlossing, klinkt het volbracht van den Zoon, wanneer Hij alle voldoening aan Gods recht heeft gegeven. En aan het einde der eeuwen zal klinken het volbracht des Geestes, wanneer de laatste schoof op den akker gereed is om binnengedragen te worden in de hemelsche schuren. Naar dat volbracht gaat Zijn goddelijk verlangen uit. Hij begeert naar Zijn rust. Hij bidt: verheerlijk Mij, Vader en Zoon. Hij roept: kom, eeuwige sabbat... en als Hij zoo roept, (zoo zegt, deelt Johannes ons mede), is in Zijn zeggen en roepen ook de stem van den drieëenigen God. In God is, en nu spreken wij menschelijk over het eeuwig Wezen, de goddelijke begeerte naar de wederkomst van den Zoon. Want in deze wereld, waarin Zijn naam op zulk een verschrikkelijke wijze wordt ontheiligd, kan Hij Zich niet volkomen verlustigen. Die verlustiging is alleen mogelijk, wanneer de nieuwe aarde bloeit als de vlakte van Saron, en die bloei openbaart zich eerst in hemelsche schoonheid in de zalige toekomst van onzen verheerlijkten Koning. Dan wordt de woestijn veranderd in een paradijs. Dan wijken de schaduwen voor louter licht Dan zullen alle tranen van de oogen gewischt worden. Kom dan, Heere Jezus. Kom, blinkende Morgenster. Want dan zal de zondaar van de aarde verdaan worden en de goddelooze zal niet meer zijn, loof den Heere mijn ziel, Halleluja. (Psalm 104 : 35).

In dit roepen van den Geest Gods is ook de bede van de gemeente, en aan Zijn smeeking: kom, paart zich het heimwee van de bruid naar haar hemelschen Bruidegom.

Want de Geest is na den pinksterdag niet zonder de gemeente en zij niet zonder Hem.

Hij woont in haar als in Zijn tempel en zij is de plaats, van waaruit Hij in deze wereld arbeidt.

Sluiten