Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ons ernstig onderzoeken, wat ons tegenhoudt om naar Jezus' komst te verlangen.

Is het soms de vrees, dat Jezus als Rechter komt, en durft ge dien Rechter niet te ontmoeten omdat gij niet weet of Hij voor u aan het recht Gods voldaan heeft?

Is het soms uw aardschgezindheid, die u zoo diep in het stof terneer trekt, dat de hemelsche dingen zich ver van u verwijderen?

Is het wellicht uw wereldgelijkvormigheid of uw vleeschelijke begeerlijkheid, die u afvoeren van de begeerte naar Christus' toekomst?

Kan het ook zijn, dat gij een verborgen zonde koestert, en dat uw onheilige levenswandel u in den weg staat?

Ontwaakt gij, die slaapt en staat op uit de dooden en Christus zal over u lichten.

Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

Laat het u tot innige droefheid stemmen, dat gij, gemeente des Heerén, uw Bruidegom bedroeft door uw gebrek aan verlangen en uw tekort aan liefde.

Blusch den Geest niet uit en smeek om Zijn vernieuwende en levenwekkende kracht, opdat uw gesloten zieledeuren openspringen en uw hart uitroept naar den God des levens.

Worstel om Zijn genade, opdat Zijn roep tot den Bruidegom uw zielen tot roepen brenge en gij openbaar moogt worden als een adventsgemeente, die op haar Heer wacht.

Laat het uw zielebede wezen: Geest des Heeren, stort Uw stroomen uit in mijn hart, opdat ik wachten moge op mijn Heiland, en geve Hij u te kennen de adventsvraag, die niet alleen geldt voor de eerste maar ook voor de wederkomst van Christus:

Hoe zal ik U ontvangen,

Hoe wilt Gij zijn ontmoet.

O 's werelds hoogst verlangen,

Des sterv'lings zaligst goed?

Dat ons Uw Geest verlichte I

Houd Zelf den fakkel bij,

Die, Heer! ons onderrichte

Wat U behaag'lijk zij 1

Nog eenmaal zal Hij komen Als Rechter van 't heelal, Die dan het hoofd der vromen Voor eeuwig kronen zal. Nog is de dag verborgen; Wacht Hem geloovig af Terwijl de groote morgen Reeds schemert boven 't graf.

Hoe zal ik u ontvangen : l, 6.

Sluiten