Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Ut audiam vocem laudis et enarrem universa mirabilia tua.

8. Domine dilexi decorem domus tuae, et locum habitationis gloria? tua?.

9. Ne perdas cum impiis Deus animam meam, et cum viris sanguinum vitam meam:

10. In quorum manibus iniquitates sunt: dextera eorum repleta est muneribus.

11. Ego autem in innocentia mea ingressus sum: redime me, et miserere mei.

12. Pes meus stetit in directo: in ecclesiis benedicam te Domine.

7. om den lofgalm te hooren, en al uwe wonderdaden te vermelden.

8. Heer, ik bemin den luister van uw huis*), en de woonstede uwer heerlijkheid.

9. Verderf niet, o God, met goddeloozen, mijne ziel, en met mannen des bloeds mijn leven10),

10. in wier handen ongerechtigheden zijn, wier rechterhand gevuld is met geschenken11).

11. Maar ik, ik wandel in mijne onschuld; verlos mij en ontferm U mijner!

12. Mijn voet staat op een effen baan19); in de samenkomsten zalLk U loven, Heer.

omgang sprake, of drukt de Psalmist den wensen uit om te vertoeven bij het heiligdom, waarvan hij heeft moeten scheiden.

9) Hebr.: «de woning van uw huis». De zin is: gaarne vertoef ik bij uwe luisterrijke woning, in welke de Ark staat, die uwe heerlijkheid is. Geen grooter wellust op aarde, dan te weten, dat men zich in Gods tegenwoordigheid bevindt en met Hem vereenigd is; dan te hooren, hoe God verheerlijkt wordt en aan dien lof deel te nemen: dat geeft een waren voorsmaak van de vreugden des hemels.

,0) Na zijne onschuld betoogd te hebben, komt de Psalmist terug op de bede van v. 1. Ziel en leven zijn hier synoniem.

") Hier worden vooral de vorsten en rechters bedoeld, die onschuldig bloed vergieten, onrechtvaardig verkregen goederen bezitten en zich door geschenken laten omkoopen.

") In zijn vertrouwen meent hij, dat zijn gebed reeds verhoord is, en dat alle moeilijkheden en gevaren zijn uit den weg geruimd; daarom belooft hij, God voor die redding te danken bij den openbaren eeredienst. Sommigen vatten dit voorwaardelijk op: Staat mijn voet op effen baan, dan zal ik U loven.

— De HH. Athanasius, Augustinus, Hiëronymus en anderen leggen dezen Psalm uit als een gebed der Kerk, die God tot getuige neemt van de ongerechtigheden harer vijanden en van haren ijver voor zijnen dienst, weshalve zij dan ook Gods bescherming inroept. Ook legt zij bij het H. Offer een gedeelte van dezen Psalm in den mond van haren priester, die, vertrouwend op Gods barmhartigheid en op het getuigenis van zijn geweten, betuigt, dat hij met reine handen het vlekkelooze Lam gaat opdragen.

Sluiten