Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rexerunt in me testes iniqui, et mentita est iniquitas sibi.

13. Credo videre bona Domini in terra viventium.

14. Exspecta Dominum. viriliter age: et confortetur cor tuum, et sustine Dominum.

valsche getuigen zijn tegen mij opgestaan, en de ongerechtigheid beeft tegen zich zelve gelogen1').

13. Ik geloof des Heeren goederen te zien in het land der levenden1*).

14. Wacht den Heer af, handel mannelijk, en dat uw hart zich sterke, en verbeid den Heer!

PSALMUS XXVII.

PSALM xxvn.

Gebed en danklied.

Deze Psalm dagteekent waarschijnlijk van den tijd van David's vlucht voor den huichelachtig en Absalom en diens aanhangers. — Gebed om hulp (v. 1—5). Dankbetuiging bij voorbaat en gebed voor het volk (v. 6—9).

Psalmus ipsi David.

1. Ad te Domine clamabo, Deus meus ne sileas a me: ne quando taceas a me, et assimilabor descendentibus in lacum.

2. Exaudi Domine vocem deprecationis mea? dum oro ad te: dum extollo manus meas ad templum sanctum tuum.

3. Ne simul trahas me cum peccator ibus: et cum operantibus iniquitatem ne perdas me:

Qui loquuntur pacem cum pro-

Een Psalm van David.

1. ,Tot U, Heer, roep ik. O mijn God! zwijg niet voor mij; verstom nimmer voor mij; dan zou ik gelijk worden aan die teh*-grave dalen1).

2. _ Verhoor, o God, de stem van mijne smeeking, terwijl ik tot U bid; terwijl ik mijne handen ophef naar uwen heiligen tempel.

3. Ruk mij niet te gelijk weg met de zondaars; en met hen, die onrecht plegen, verderf mij niet,

die van vrede spreken met hun-

") De ongerechtigen hebben mij tegen hunne eigen overtuiging belasterd. Het «sibi» der Vulgaat staat in dien zin hier overtollig. Volgens anderen: de boozen hebben tot hun voordeel (nadeel) gelogen; of: zij hebben zich in hun verwachting bedrogen. Hebr.: «en die geweld ademen», zijn tegen mij opgestaan.

") Vast vertrouw ik nog op deze aarde door den Heer gezegend te worden. Hebr.: «Indien ik niet hoopte de zegeningen des Heeren» enz., aan verdiende -ik geene hulp; of: dan ware ik verloren. In hetgeen volgt, wekt de Psalmist zich zeiven op tot vertrouwen.

— De H. Augustinus en na hem Bellarminus en anderen leggen dezen Psalm in den geestelijken zm uit van den met Christus vereenigden geloovige, die van Hem licht verwacht en hulp tegen zijne vijanden. Zeker van zijne beschermmg, verlangt hij hier met Christus vereenigd te blijven en eens de vreugden des Heeren te genieten in het land der levenden.

_') Zwijgen en verstommen beteekenen hier: door het weigeren van hulp metterdaad geen acht, geen antwoord geven op het gebed, maar zich van den biddende afwenden. De zin is das: verhoor mij of ik ben verloren.

IV

Sluiten