Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Emitte lucem tuam et veritatem tuam: ipaa me deduxerunt, et adduxerunt in montem sanetum tuum, et in tabernacula tua.

4. Et introibo ad altare Dei: ad Deum, qui laetificat juventutem meam.

Confitebor tibi in cithara Deus Deus meus:

5. Quare tristis es anima mea? et quare conturbas me?

Spera in Deo, quoniam adhuc confitebor illi: salutare vultus mei, et Deus meus.

3. Zend uw licht en uwe waarheid; deze geleiden mij en brengen mij op uwen heiligen berg en in uwe tenten*).

4. En binnentreden zal ik tot het altaar Gods. tot God, die mijne jeugd verblijdt*).

Ik zal ü loven op de citer, God, mijn God!

5. Waarom zijt gij bedroefd, mijn ziel, en waarom doet gij mij ontstellen ?

Betrouw op God, want ik zal Hem nog prijzen : Heil mijns aanschijns en mijn God.

PSALMUS XUII. PSALM XLIII.

O Heer, kom ons te hulp!

Een gebed voor het Israëlietische volk, dat zich in dagen van nood op het aloude bondgenootschap met God beroept. — In het verleden toonde God zich als helper der vaderen (v. 2—4). Bat boezemt thans vertrouwen in en geeft hoop voorde toekomst (v. 5—9). Thans echter verkeert het volk in grooten nood (v. 10—17). Toch heeft het dien niet door ontrouw verdiend (v. 18—22). Daarom smeekt het dringend om hulp (v. 23—27).

1. In finem, Filiis Core ad intel- 1. Tot het einde. Van de zonen lectum. Core. Tot onderrichting1).

2. Deus auribus nostris audivimus: 2. O God, met onze ooren hebben patres nostri annuntiaverunt nobis. wij gehoord; onze vaderen hebben

i ons gekondschapt

*) Het licht Gods is zijne genade en hulp; de waarheid Gods zijn de bewijzen van zijne trouw in het vervullen zijner beloftèn. — Herhaaldelijk wordt in de H. Schrift het perfectum gebruikt om eene toekomstige gebeurtenis (profetisch) als reeds geschied voor te stellen. Bovendien wordt in het Psalter der Septuagint en Vulgaat dikwijls een andere tijd gebezigd, dan die, welke klaarblijkelijk door het zinverband gevorderd wordt. De reden daarvan is, dat de twee vormen, die in het Hebreeuwsch dienen om alle tijden uit te drukken, door de Zeventigen dikwijls geheel en al letterlijk werden vertaald. — Grondtekst en samenhang wijzen hier op iets, wat bestendig geschiedt en dus ook in de toekomst geschieden zal.

') Dan zal ik mijne dankoffers opdragen aan God, die weleer vreugde schonk aan mijne jeugd, of: die mij door zijne gunst de vreugden der jeugd doet genieten. Hebr.: «tot God, de blijdschap mijner vreugde», d. i. mijne innige vreugde.

— Het innig verlangen naar Gods aanbiddelijke tegenwoordigheid, dat zich met eene heilige vrees in dezen Psalm lucht geeft, maakte hem, naar de opvatting der Kerk, tot een passend gebed voor den priester, die het ontzaglijk H. Offer gaat opdragen

') Zie Psalm XLI noot 2 en 3. Welke bepaalde geschiedkundige gebeurtenis tot dezen Psalm aanleiding gaf, is onzeker.

Sluiten