Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Si obliti sumus nomen Dei nostri, et si expandimus manus nostras ad deum alienum:

22. Nonne Deus requiret ista? ipse enim novit abscondita cordis.

Quoniam propter te mortif icamur tota die: aestimati sumus sicut oves occisionis. Rom. VIII36.

23. Exsurge, quare obdormis Domine? exsurge, et ne repellaa in finem.

24. Quare f aciem tuam avertis, oblivisceris inopiae nostrae et tribuiationis nostrai?

25. Quoniam humiliata est in pulvere anima nostra: conglutinatus est in terra venter noster.

26. Exsurge Domine, adjuva nos: et redime nos propter nomen tuum.

21. Zoo wij den naam van onzen God vergeten hadden, en zoo wij onze handen hadden uitgestrekt tot eenen vreemden god,

22. zou God dat niet uitvorschen16)? Hij toch kent de verborgenheden van het hart. —

Want17) om uwentwille worden wij vermoord den gansehen dag18); wij worden aangezien als schapen om te slachten.

23. Rijs op! Waarom slaapt Gij, o Heer1*)? Rijs op en stoot niet weg voor immer!

24. Waarom wendt Gij uw aanschijn af, vergeet Gij onze ellende en onze kwelling?

25. Want neergebogen in het stof is Onze- ziel; vastgekleefd is aan den grond ons lichaam20).

26. Rijs op, o Heer, kóm ons te hulp en verlos ons ter wille van uwen naam!

een oord van jakhalzen», d. i. in de woestijn, waar ons onze rampen troffen en wij in doodsnood geraakten.

") Zou Hij die afgoderij niet zien en straffen ? ^ .

") Een voortzetting van v. 20 of een tegenstelling van v. 21. In dit geval is de zin: wel verre van eenen vreemden god te dienen, worden wij juist om onze getrouwheid aan uwen dienst om het leven gebracht.

") Steeds verkeeren wij in doods¬

gevaar; of: gedurig worden eenigen van ons omgebracht.

*•) Waarom draalt Gij met uwe hulp, alsof Gij sliept?

*•) Wij liggen in diepen rouw plat op den grond.

— Op het voetspoor van den Apostel (Rom. VIII36) leggen de HH. Augustinus, Ambrosius, Hieronymus en anderen dezen Psalm in den geestelijken zin uit als een gebed der vervolgde Kerk.

Sluiten