Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALMUS XLIV.

PSALM XL1V.

Bruiloftslied.

In dezen naar het eenparig gevoelen der HH. Vaders profetischen Psalm wordt de verheffing van het menschdom door den Messias onder het beeld van een koninklijk bruiloftsfeest voorgesteld en bezongen. De Koning is de Messias zelfde koningin is de Kerk van het Oud Verbond, door den Messias tot volmaaktheid geroepen en gebracht; de vriendinnen der koningin, tevens bruiden des Konvngs, *y«de tot de Kerk van Christus geroepen en toegelaten heidensche vo keren. - T oorzang, toewijding van het lied (v. 2). Lofspraak op 'sKoninqs schoonheid bevalligheid, heldenmoed, goddelijke waardigheid, heerschappij, volmaaktheid, heerlijkheid (v. 8-9). Lofspraak op de koningin; hare verplichtingen en verheffing; beschrijving van hare schoonheid en van den stoet harer vriendinnen, bruiden des Konings (v. 10—16). Belofte van een talrijk, gezegend, dankbaar en eeuwig lofprijzend nakroost (v. 17—18).

1. Tot het einde1). Voor hen die veranderd zullen worden2). Van de zonen van Core; tot onderrichting8). Een gezang voor den beminde*).

2. Mijn hart galmt een goed woord uit; ik uit mijn werken voor den Koning5).

Mijne tong is eene rieten pen van eenen vluggen schrijver6).

3. Schoon van gestalte zijt Gij boven de menschenzonen; uitgego-

1. In finem, pro iis, qui commu- i tabuntur, filiis Core, ad intellectum, I Canticum pro dilecto.

2. Eructavit cor meum verbum bonum: dico ego opera mea regi.

Lingua mea calamus scriba), velociter scribentis:

3. Speciosus forma pra? filiis hominum, diffusa est gratia in labiis

l) Zie Psalm IV noot 1. Bijna alle Katholieke Schriftverklaarders meenen, dat deze Psalm in den letterlijken zin van Christus en zijne Kerk handelt. Dat de Messias bedoeld wordt, blijkt uit den profetischen toon van den Psalm, uit den inhoud vooral van v. 15—18, uit de toekenning van den Godsnaam aan den bruidegom, uit de opvatting der Septuagint en die der Joden ten tijde van Christus, uit Hebr. ï iT9' waar v' 7—8 wordt aangetV™ 4.en Ult het eenp°rig gevoelen der HH. Vaders.

*) Naar de HH. Vaders: voor het menschdom, dat veranderd zal worden bij de komst van den Verlosser; of: voor de zielen, die veranderd zullen worden door het doopsel en de genade; of wel: voor degenen, die geroepen znn tot de verandering der verrijzenis. Hebr.: «Op de lelier., d. i. waarschijn-

IV

1 naar de.zangwijze van het lied 'De leliën». Anderen vinden in «de duid1* maag<*en of bruiden aange-

11 Sie Psalm XLI noot 2 en 3. ) De beminde is hier waarschijnlijk de bruidegom, tot wiens eer de Psalm iTÜ-i«i ,aangeheven' Hebr.: «Lied der lied) D* ( der liefde' miöne-

*| Een gezang over een voortreffelijk onderwerp welt op uit mijn hart en onder dien aandrang uit ik mijne werken, d. i. wijd ik afmijn doen en laten, en bepaaldelijk deze dichtregelen den Messias-JTowm^.

*) De gedaohten, die onder hooger ingeving uit mijn binnenste opwellen ontstroomen in eenen vloed van woorden aan mijne tong, gelijk de letters im.de pen van eenen vluggen schrij-

9

Sluiten