Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Quique terrigenae, et filii hominum: simul in unum dives et pauper.

4. Os meum loquetur sapientiam: et meditatio cor dis mei prudentlam.

5. Inclinabo in parabolam aurem meam: aperiam in psalterio propositionem meam. Infr. LXXVII 2; Matth. XIII 36.

6. Cur timebo in die mala? iniquitas calcanei mei circumdabit me:

7. Qui confidunt in virtute sua: et in multitudine divitiarum suarum gloriantur

8. Frater non redimit, redimet homo: non dabit Deo placationem suam.

9. Et pretium redemptionis anima? suas: et laborabit in asternum,

10. Et vivet adhuc in finem.

11. Non videbit interitum, cum viderit sapientes morientes: simul insipiens, et stultus peribunt.

Et relinquent alienis divitias suas:

') De leer, die hij gaat geven, is eene leer voor allen; de rijken moeten zich door hunne schatten niet laten verblinden; de armen moeten niet dwaselijk naar rijkdommen trachten. Sommigen meenen, dat door kinderen der aarde de geringen, door tonen der menschen de rijken bedoeld worden.

*) Ik ga u eenen levensregel vol wijsheid en beleid, een vrucht van mijne overwegingen, mededeelen.

*) Ik leen het oor aan een leerdicht. dat God mij ingeeft omtrent het duistere vraagstuk der verhouding van rijken en armen en deel u mijne stelling of leer daarover mede in dit lied.

*) Het zinverband schijnt te zijn: vreezen zal ik niet te kwaden dage, als zij mij omsingelen, die mij boosaardig op de hielen zitten (mij verraderlijk van achteren aanvallen), al verlaten zij zich (v. 7) ook al op hun macht cn rijkdom; want (v. 8) niemand en

3. En gij, kinderen der aarde, en gij, zonen der menschen, altegader, rqk en arm3).

4. Mijn mond zal wijsheid spreken, en de overpeinzing mijns harten beleid3).

5. Ik neig tot een leerdicht mijn oor; ik openbaar op het psalter mijn toespraak4).

6. Waarom zou ik vreezen te kwaden dage? De snoodheid, die mij mijnen hiel belaagt, omsingelt mij.

7. Zij vertrouwen op hunne kracht en zij bogen op de menigte van hunne rijkdommen5).

8. Geen broeder koopt vrij; zal een mensch kunnen vrijkoopen6) ? Hij zal aan God zijn zoengeld niet geven,

9. en geen rantsoen voor zijn ziel, al tobde hq eeuwig zich af7),

10. en al leefde hij ook tot het einde8).

11. Zal hij geenen ondergang zien, als hij wijzen ziet sterven9)? De dwaas en de onverstandige komen gelijkelijk om,

en zij laten hun rijkdommen achter aan vreemden;

niets kan hen een oogenblik tegen den dood vrijwaren.

*) De Vulgaat is hier duister. Plaatst men hier geen vraagteeken, dan dient de ontkenning bij «redimet. herhaald te worden; de zin is dus: geen broeder, hoeveel minder een ander mensch, zal den booze van den dood kunnen vrijkoopen; niemand zal aan God eenen zoen- en losprijs (v. 9) voor zijne ziel, d. i. zijn leven, kunnen betalen.

') De grondtekst heeft: «en eeuwig zal hij ontbreken (om te bewerken), dat (v. 10) iemand gedurig leve en (v. 11) den ondergang niet zie. Want hij zal zien: de wijzen sterven te gader» enz.

) Tot het einde der tijden, eeuwig.

) De meesten vatten dit wegens den samenhang vragend op; de zin is dan: als hij wijzen, d. i. vromen, ziet sterven, zou hij dan kunnen hopen, dat hij aan den dood ontsnapt? O neen, gelijkelijk a. m evenals de vromen, sterven de

Sluiten