Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Audi tui meo dabis gaudium et laetitiam: et exsultabunt ossa humiliata.

•/\verte 'aciem tuam a peccatis meis: et omnes iniquitates meas dele.

12. Cor mundum crea in me Deus: et spiritum rectum innova in visceribus meis.

13. Ne projicias me a facie tua: et spiritum sanctum tuum ne auferas a me.

14. Redde mihi laetitiam salutaris tui: et spiritu principali confirma me.

15. Docebo iniquos vias tuas: et impii ad te convertentur.

16. Libera me de sanguinibus Deus, Deus salutis mea»: et exsultabit lingua mea justitiam tuam.

17. Domine, labia mea aperies: et os meum annuntiabit laudem tuam.

10* u,9.®ef ,aan miin gehoor vreugde en blijdschap, en juichen zal het vernederde gebeente")/ '

11'a W.!nd uw?elaat af van mijne zon.d«n'8). en delg al mijne ongerechtigheden uit.

12. Schep een rein hart in mij, o Uod, en vernieuw een rechten geest in mijne ingewanden14).

13. Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen heiligen geest niet weg van mij15).

14. Geef mij de vreugde van uw heil terug"), en met een vorstelijken geest bevestig mij.

15. Ik zal zondaars uwe wegen leeren1'), en goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.

r.6'a Be7riJd mii van bloedschuld18), God, God van mijn heil, en juichend zal mijn,, tong uwe gerechtigheid verkonden. 17. Heer, open mijne lippen, en mijn mond zal uwen lof vermelden19).

hernieuwt den mensch innerlijk (v. 12) en wekt hem op tot vertrouwen1, volharding en goede werken (v. 13—15).

") Laat mij woorden (van vergiffenis) hooren, die mij met innige blijdschap vervullen. Voor vernederd heeft de grondtekst «vermorzeld», d. i. mijn door de zonde (als door melaatschheid) ontzenuwd wezen, of: mija door de wroeging afgemartcl^harti

ff) Zorg, dat Gij ze niet meer ziel, en daarom delg ze geheel en al uit. Ut) iiEr kan dus geen spraak zijn van «ea bedekken der zonden, als zou de gerechtvaardigde na de vergiffenis zijner zonden eigenlijk onrein van harte blijven, zooals door dwaalleeraars beweerd werd; bij de vergiffenis der zonden wordt niet alleen het hart gereinigd en tot een nieuw leven geschapen, maar ook de neigingen van 's menschen binnenste worden van eenen beteren geest bezield en ontvangen een hernieuwde richting (naar het Hebr.: «kracht») ten goede.

'6) Ontneem mij niet den bijstand van uwen heiligen geest, opdat ik volharde. Of: laat mij niet tot straf, gelijk Saül,

den geest Gods, mij bij mijne zalving isieg^ geschonken, verliezen.

) De vreugde, die ik vroeger genoot Over het bezit uwer genade en liefde, welke mnn heil zijn. De vorstelijke geest, waarmede hij hoopt bevestigd en gesterkt te worden, is een edel streven naar heerschappij over zijn eigen driften, een aandrang om steeds de voorste te zijn in het verrichten van goede werken en in het aansporen van anderen tot het goede (vgl. v. 15). Aldus naar het Gr. De grondtekst heeft: «met eenen ge willigen geest», d. i. met eenen geest bereid tot het goede.

) De wegen der bekeering, of die van uwe wetten.

") De bloedschuld, waarmede ik in uw oog beladen ben wegens den moord yan Unas en zqne wapenmakkers. God belooft vergiffenis en heil aan wie zijne zonde ootmoedig belijdt. Het vervullen van die belofte is een werk van Gods gerechtigheid; daarom dient dan ook dezo hij die vergiffenis geprezen te worden. (Vgl. 1 Joan. I 9/)

•(f.eet miï door uwe vergiffenis aanleiding tot dank.

Sluiten