Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

nuntiavit Sauli: Venit David in do mum Achimelech. I Reg. XXII 9.

3. Quid gloriaris in malitia, qui potens es in iniquitate?

4. Tota die injustitiam cogitavit lingua tua: sicut novacula acuta fecisti dolum.

5. Dilexisti malitiam super benignitatem: iniquitatem magis quam loqui asquitatem.

6. Dilexisti omnia verba pracipitationis, lingua dolosa.

7. Propterea Deus destrueiWein finem, evellet te, et emigrabit te de tabernaculo tuo: et radioem tuam de terra viventium.

8. Videbunt justi, et timebunt, et super eum ridebunt, et dicent:

9. Ecce homo, qui non posuit Deum adjutorem suum:

Sed speravit in multitudine divitiarum suarum: et prajvaluit in vanitate sua.

10. Ego autem, sicut oliva fructifera in domo Dei, speravi in mi- I

men was en geboodschapt had aan öaul: David. is gekomen ten huize van Achimelech2).

3. Wat beroemt gij u op boosheid, cue machtigzjjtin ongerechtigheid*)?

4. Den ganschen dag is uwe tong bedacht op onrechtvaardigheid; als een geslepen scheermes pleegt /rij bedrog4). ° 6'

5- Gij houdt van boosheid meer dan van goedaardigheid, spreekt liever ongerechtigheid dan recht*).

6" J3^*0?*11 van aI1o woorden van verderf, gij sluwe tong*).

7. Daarom zal God u voor altoos verdelgen, u wegrukken en u verbannen uit uwe tent, en uwen wortel uit het land der levenden7).

8. Toeschouwen zullen de gerechtigen en vreezen, en lachen over nem8) en zeggen:

?;«M«iewar- \ man' die God niet stelde tot zijn helper, maar hoe ote op de menigte van zijne rijkdom-

ijdemeidVVermaChtig * Zijne

J8L Ik echter, als een vruchtbare olijfboom"-) in Gods huis, vertrouw

) OP *hue vlucht voor Saül had David ondersteuning genoten van den priester Achimelech. Doëg, daarvan getuige, verried zulks valschhartig aan Saul en richtte op diens bevel te Nobe een algemeen bloedbad aan; slechts Abiathar, zoon van Achimelech, ontkwam en vluchtte naar David, die ongetwijfeld toen door dezen vloekpsalm lucht gaf aan zijn verontwaardiging tegen Doeg. of, naar anderen meenen" tef,enJau*ï XXI, XXII.'

<*» Waarschijnlijk had Doëg zich oo zijn schelmstuk beroemd. Hebr • «Wat beroemt rij u op boosheid, gij'held* Gods goedheid duurt bestendig».

) Gij zint op leugen en laster om daardoor aan anderen vlijmend wee te veroorzaken.

') In plaats van menschlievend alles ten goede uit te leggen, veroorzaakt gij kwaad en onrecht door uwe lastertaal; immers Achimelech, die onschuldig was, hebt gij (v. 6) door uwen laster in het verderf gestort.

f *J? EnTkeleVeF,talen:door eene sluwe tong. Naar de Septuagint: «gij houdt

| van een sluwe tong». *1 1

—2. u^a straf«ericht wordt hier onder verschillende beelden aangekonahr" God zal u (uw aanzien en macht)% breken als een gebouw; Hij zal u verbannen uit uwe woonplaats en u mét wortel en tak wegrukken uit dit leven

ÓvïbVen.Van U ^ nakr°°8' ^

met alsof zij behagen scheptenTn ^' ongeluk, maar omdat in zijne straf Gods rech vaardigheid en almacht met groeteren luister aan den dag treedt? ...1 Z«n gansche macht steunde on «dele vergankelijke goederen en was dus slech s van korten duur; of we?

") De groene olijfboom, wordt her-

Sluiten