Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Deus exaudi orationem meam: auribus percipe verba oris mei.

5. Quoniam alieni insurrexerunt adversum me, et fortes quaesierunt animam meam: et non proposuerunt Deum ante conspectum suum.

6. Ecce enim Deus adjuvat me: et Dominus susceptor est animse meae.

7. Averte mala inimicis meis: et in veritate tua disperde illos.

8. Voluntarie sacrificalro tibi, et confitebor nomini tuo Domine: quoniam bonum est:

9. Quoniam ex omni tribulatione eripuisti me: et super inimicos meos despexit oculus meus.

4. O God, verhoor mijn bede; geef gehoor aan de woorden van mijnen mond.

5. Want vreemden hebben zich verheven tegen mij, en sterken trachten naar mijn ziel4), en God stellen zij zich niet voor oogen5).

6. Zie toch, God verleent mij hulp, en de Heer is een beschermer mijner ziel').

7. Wend de rampen af op mijne vijanden, en in uwe trouw vernietig hen]).

8. Vrijwillig zal ik aan U offeren, en Ut zal uwen naam verheerlijken, o Heer, omdat hij goed is8).

9. Omdat Gij mij uit allen nood verlost hebt, en mqn oog op mijne haters nederziet9).

meld; door deze moet God hem red- i den en tevens recht verschaffen; immers hij wordt onschuldig vervolgd.

«) De Ziphieten, alhoewel zij van Juda afstamden evenals David (vgl. Jos. XV 24,55), handelden te zijnen opzichte gelijk heidenen of vreemden zonder hart; tevens waren zij daardoor van God vervreemd geraakt, .wiens zaak die van David was. De sterken zijn of de Ziphieten of waarschijnlijker Saül en zijn aanhang. Ziel staat bier evenals elders voor: leven.

*) Ten minste zij handelden zoo, doordien zij David wüden uitleveren. Het is vooral de smaad, Gode door dat onrecht aangedaan, die den Psalmist ter harte gaat. ") David is zoo zeker van Gods hulp,

dat hij die als reeds aanwezig voorstelt.

*) De rampen zijn hier die, welke zijne vijanden over hem willen doen komen; de trouw die, welke God steeds toont in het vervullen zijner beloften; het geheel is een voorspelling onder den vorm van eenen wensch.

•) Volgaarne zal ik bij de verplichte offers ook nog andere voegen uit dankbaarheid. Zie noot 3 en Ps. LI noot 11.

*) Hij doet dit met rechtmatigen trots en met tevredenheid, omdat zijne vijanden, tevens Gods vijanden, vernederd zijn en hij van alle kwellingen bevrijd is.

— De HH. Augustinus, Hilarius en Hiëronymus zien in dezen Psalm een aanduiding van de vervolgingen der Kerk of van het lijden des Heeren.

Sluiten