Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Sicut cara, qua? fluit, auferentur: supercecidit ignis, et non viderunt solem.

10. Priusquam intelligerent spinae vestrae rhamnum: sicut viventes, sic in ira absorbet eos.

11. Laetabitur justus cum viderit vindictam: manus suas lavabit in sanguine peccatoris.

12. Et dieet homo: Si utique est fructus justo: utique est Deus judicans eos in terra.

9. Als was, dat wegvloeit, zullen zij vergaan; vuur valt neder, en zij aanschouwen niet de zon7).

10. Eer uwe doornen den doornstruik ontwaren, zal Hij hen, zooals zij leven, aldus in toorn verslinden8).

11. Verblijden zal zich de gerechtige, als hij de wraak aanschouwt9); zijne handen zal hij wasschen in het bloed des zondaars10).

12. En zeggen zal de mensch: waarlijk er is vrucht voor den gerechtige; waarlijk het is God, die hen op aarde recht11).

PSALMUS LVII1.

PSALM LVIII.

Gebed in levensgevaar.

Door Saül's handlangers omringd, roept David tot God om hulp (v. 2- 8). Hij wordt onschuldig vervolgd (v. 4—6). Aanslagen der vijanden (v. 7—8). Vertrouwen van David op Gods hulp (v. 9—14). Mislukte pogingen der vijanden (v. 15—16). Dankbetuiging fv. 17—18).

1. In finem,

Ne disperdas, David in tituli inscriptionem, quando misit Saul, et custodivit domum ejus, ut eum interficeret. I Reg. XIX 11.

') Het vuur der goddelijke wraak zal op hen nedervallen en zij zullen het daglicht niet meer aanschouwen. De grondtekst heeft: «dat zij zijn als eene slak, die (in slijm) smeltend wegkruipt, (als) eener vrouw misdracht, die de zon niet aanschouwde».

8) Dit vers is duister. Waarschijnlijk is de zin: eer uwe jonge doornen ontwaren, dat zij tot doornstruiken zijn opgegroeid, d. i. spoedig, zal het vuur van Gods toorn hen in hun volle levenskracht verslinden; m. a. w.: vooraleer uwe booze plannen tot rijpheid en uitvoering komen, zal Gods straf hen, d. i. u, onschadelijk maken. De grondtekst kan beteekenen: Vooraleer uwe potten den doornstruik (d. i. het uit doornstruiken ontstoken vuur) bemerken, rauw zal de storm (d. i. Gods toorn) hem (eiken booze) wegvegen.

') Omdat Gods gerechtigheid aan

1. Tot het einde. Verderf niet. Van David, tot een opschrift op een gedenksteen1), toen Saül gezonden had en zijn huis bewaakte om hem te vermoorden*).

den dag komt en verheerlijkt wordt.

10) Een dichterlijke overdrijving om de volslagen nederlaag des vijands en de volmaakte tevredenheid over het strafgericht uit te drukken. Hebr. «als hij zijne voeten zal wasschen». Vgl. Psalm LXVII 24.

") De zin is: de mensch (iedereen) zal inzien en bekennen, dat de gerechtige als vrucht zijner goede werken Gods loon ontvangt, en dat er op aarde een God is, die de kwaden straft.

— Naar de HH. Augustmus en Hilarius is deze Psalm gericht tegen de boozen en huichelaars m het algemeen; naar Cassiodorus en den H. Hiëronymus worden de priesters en de hoofden des Joodschen volks bedoeld, die Christus onschuldig ter dood veroordeelden.

') Zie Psalm LVII noot 1.

») Saül liet tegen den avond David's

Sluiten