Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quando obliviscantur populi mei. |

Disperge illos in virtute tua: et depone eos protector meus Domine: I

13. Delictum oris eorum, sermonem labiorum ipsorum: et compre- ; hendantur in superbis sua.

Et de exsecratione et mendacio annuntiabuntur

14. In consummatione: in ira con-

summationis, et non erunt.

Et scient quia Deus dominabitur Jacob: et fjiTiiim terra?.

15. Convertentur ad vesperam, et famem patientur ut canes: et circuibunt civitatem.

16. Ipsi dispergentur ad manducandum: si vero non fuerint saturati, et murmurabunt.

17. Ego autem cantabo fortitudinem tuam: et exsultabo mane misericordiam tuam.

niet, opdat mijne volkeren het niet vergeten11).

Verstrooi hen door uwe macht en stort hen neder1*), mijn beschermer, Heer,

13. de misdaad van hun mond, de taal van hunne lippen; en dat zij gevangen worden in hunnen hoogmoed.

En om de vervloeking en de leugen zullen zij berucht worden18)

14. in de voleindiging, in de gramschap der voleindiging, en zij zullen niet meer zijn14).

En weten zullen zij, dat God heerscht over Jacob en over 'saardrijks einden.

15. Ln den avond keer en zij terug en hongeren als honden en gaan de stad rond15).

16. Zij verspreiden zich om zich

te voeden, maar ais zn met verzadigd worden, grommen zij. 17. Maar ik, ik zal uw kracht bezingen, en des ochtends16) juichen over uwe erbarming,

") Dooii hen niet plotseling, of: roei hen en hun zaad met uit (vgl. II Reg. UI 28, 29), maar laat hen van lieverlede in ellende vergaan, opdat mijn volk (aldus de grondtekst), d. L de gerechtigen, in dat langzaam verderf eene gedurige herinnering vinde aan uw wraakgericht. De Septuagint heeft: opdat zij uwe wet (d. i. uwe gerechtigheid, uw strafgericht) niet vergeten. Sommigen vertalen: opdat men mijn volk niet vergete, d. i. opdat men lette op de gerechtigen, op hunne gerechtige zaak en hunne bescherming door U.

") Doe hen in ellende ronddwalen, breng ze tot verval, snoer hun (v. 13) den mond, die misdadige taal uitbraakt, en dat hun hoogmoed hun tot val verstrekke. In den grondtekst luidt v. 13: «zonde van hunnen mond is het woord van hunne lippen», d. i. elk hunner woorden is eene zonde.

") Om de verwenschingen en de lastertaal, die zij tegen nuj uitbraken, zullen zij bekend worden als misdadigers, die door God gestraft zijn ten afschrikkend voorbeeld voor allen. De grondtekst luidt waarschijnlijk: «dewijl

zij vloek en laster spreken, (v. 14) vervolg (hen) in toorn, verdelg (hen), dat zij niet meer zijn». De Septuagint heeft: «en om de vervloeking en de leugen (v. 14) zal voleindiging worden aangekondigd». .

**) Zij zullen als zoodanig bekend worden in de voleindiging, d. L de vernietiging, die voltrokken wordt door den vernietigenden toorn Gods, welke ï.nn ~ai iroTvioicren ! ati dan zal bliiken.

dat God de koning van Israël, de koning der wereld is.

»)* Herhaling van v. 7. Waarschijnlijk is de zin: mijne vijanden razen in

hnrniD telen ratel! in ? fvel. I Re2. XIX

27); zij zijn als hongerige honden, die in de stad rondloopen en (v. 16) zich voedsel te zoeken. Vin¬

den zij niets, dan grommen en bassen wü Anderen zien in v. 15—16 een

ie) Spoedig en bereidwillig, of: morgenochtend, als ik mij buiten gevaar lal weten. Vgl. I Reg. XIX 11.

— De HH. Vaders, o. a. Theodoretus, de HH. Augustinus en Hiêronymus, *o<rt Palmet, vinden in dezen Psalm

I

Sluiten