Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Quia faotus es susceptor meus, et refugium meum, in die tribulationis meae.

18. Adjutor meus tibi psallam, quia Deus susceptor meus es: Deus meus misericordia mea.

omdat Gif mijn beschermer werdt en mijne toevlucht ten dage mijner kwelling.

18. Mijn helper, ü zal ik prijzen op het psalter, omdat Gij God, mijn beschermer zijt, mijn God. mijne erbarming.

PSALMUS LIX.

PSALM LIX.

Noodkreet gepaard rnet vertrouwen.

nlSSa Drm, TJaZ T%tege? Adareeer' *°ning van Soba' *» Ü* W-

ii neg. vul), deden de Edomieten eenen verwoeden inval w zijn rijk. David versloeg de Syriers en zond^aö TegeTdï m^etllZ sehynhjk bad hij bij die gelegenheid in dezen Psalm om de overwZ nxng ~ Klacht over de aangerichte verwoestingen (v 3™%™** God beloofde weleer aan David een uitgebreid rijk (v. 8—10). Daarom hoopt ktf nu stellig op de overwinning fv. 11—14).

1. In finem,

_ Pro bis, qui immutabuntur, in tituli inscriptionem ipsi David in doctrinam,

2. Cum succendit Mesopotamiam Syriae, et Sobal, et convertit Joab, et percussit Idumaeam in valle Salinarum duodecim millia. (2 Req VIII letX7etI Par. XVIII1.)

voorspellingen omtrent David's tegenbeeld, Christus. Ook deze riep (v. j—*ïi to* "finen Vader om hulp, voordat Hij onschuldig gevangen genomen we l, 00,k H8 VIL9 door een« bende van bloeddorstige Joden omsingeld in den nacht van zijn lijden, en door een troep soldaten gedurende den nacht rien«ï$ doorbracht in zijn graf. Maar tv. 17) des ochtends verrees Hij en zijne vijanden, de Joden, werden (v. 7 en 15—16) verworpen en verspreid maar (v. 12) niet uitgedelgd, opdat zij tot aan de voleindiging der tijden den volkeren tot getuigenis zouden strekken van Gods gerechtigheid.'

o 'C?*6 Ps^m 17 noot 1J XLIV noot 2; XV noot 1.

*) Deze Psalm is wel geen leerdicht maar geeft stof tot betrachting.

1. Tot het einde. Voor hen, die veranderd zullen worden. Tot opschrift op een gedenksteen1). Van David. Tot leering*).

2. Toen hij het Syrische Mesopou mlf en Sobal in brand gestoken had3), en Joab terugkeerde en Edom versloeg in het ZoutdaP), twaalf duizend man.

) Mesopotamië, het land tusschen fcuphraat en Tigris, werd door de krieken soms bh Syrië, soms bij Assyrie gerekend. De grondtekst heeft: «toen nij Aram der twee stroomen en Aram van Soba beoorloogde». Syrië van Sobal lag waarschijnlijk tusschen den Euphraat en den Orontes, noordwestelijk van Damasous. De juiste ligging der stad Sobal of Soba is onbikend.

4) Een onvruchtbaar dal ten zuiden der Doode Zee. I Par. XVIII 12 wórdt Abisai als overwinnaar genoemd Intusschen stond hij, blijkens I Par. XVIII 15, onder Joab. Mogelijk behaalde deze eén overwinning, waarbij 12,000, Abisai eene andere, waarbij 6000 Edomieten sneuvelden, hetgeen dan overeenEïïEJP9* 11 ReS- X^m 13, waar van 10,000 gesneuvelden sprake is.

Sluiten