Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Beatus, quem elegisti, et assumpsisti: inhabitabit in atriis tuis.

Replebimur in bonis domus tuae: sanctum est templum tuum,

6. Mirabile in aequitate. Exaudi nos Deus salutaris noster,

spes omnium finium terrae, et in mari longe.

7. Pra3parans montes in virtute tua, accinctus potentia:

8. Qui conturbas profundum maris, sonum fluctuum ejus.

Turbabuntur gentes,

9. Et timebunt qui habitant terminos a signis tuis: exitus matutini et vespere delectabis.

10. Visitasti terram, et inebriasti eam: multiplicasti locupletare eam.

Flumen Dei repletum est aquis, parasti cibum illorum: quoniam ita est praeparatio ejus.

5. Zalig wien Gij uitverkoren hebt en opgenomen! wonen zal hij in uwe voorhoven.

Wij worden verzadigd met de goederen van uw huis. Heilig is uw tempel5),

6. wonderbaar in gerechtigheid. Verhoor ons, God, ons heil, de

hoop van alle uiteinden der aarde en verre in de zee6).

7. Gij, die de bergen door uwe kracht bevestigt, Gq, omgord met macht1)»

8. die de diepte van de zee doet opbruisen, het bulderen har er golven.

Ontsteld worden de volken8)

9. en wie op de grenzen wonen, vreezen om uw teekenen8).

Aan de uitgangen des morgens en des avonds schenkt Gij geneugte10).

10. Gij hebt de aarde bezocht en ze ten volle gedrenkt; grootelijks hebt Gij haar verrijkt.

Gods stroom werd met wateren gevuld. Gij bereiddet hun voedsel, want zoo is hare bereiding11).

*) VgL Psalm XIV noot 1. De goederen van Gods huis zijn de genaden die Hij, getrouw aan zijne beloften en dus (v. 6) in wonderbare gerechtigheid, in zijnen tempel verleent tot heiliging der menschen; daardoor openbaart God zijne heiligheid en almacht. De dichter kent deze eigenschappen Gods hier aan den tempel toe, omdat Hq ze aldaar bijzonder openbaart. De grondtekst heeft: «Wij worden verzadigd met de goederen van uw huis, van uw heilig paleis, (v. 6) Da wonderbare (ontzagwekkende daden van) gerechtigheid verhoort Gij ons» enz.

*) Duidelijker heeft de Septuagint: «en van die verre in de zee», d. l de hoop van alle bewoners van het vasteland en van de verst afgelegen eilanden.

*) Gij kunt ons helpen, want Gij zijt almachtig; met die macht omgord doet Gij de bergen vaststaan en brengt Gq de zeeën (v. 8) in beweging, slaat Gij door uwe wonderdaden (v. 9) alle volken met ontsteltenis en vervult GQ morgen en avond door uwe weldaden met vreugde. Gods almacht moet ons

een reden zijn tot eerbiedige vrees, maar tevens tot grenzenloos vertrouwen.

*) Hebr. «Die het gebulder der zeeën stilt, het gebulder harer golven en het woelen (de menigten) der volkeren».

9) TJwe wonderfee&ereew, uwe strafgerichten en uwe wonderdadige hulp, vervullen ook de veraf wonende volken met vrees voor uwe almacht.

*■) Niet weinigen willen hier «vesperae» lezen, zoodat ee zin is: Gij schenkt vreugde aan het Oosten, waar de dag het eerst opkomt, en aan het Westen, waar hij ten einde loopt. Volgens de Vulgaat («vespere») is de zin: Gij schenkt vreugde, zoowel bij het begin van dan dag als des avonds. De Septuagint laat beide opvattingen toe.

«) Een beroep op het verleden, om God te bewegen ook thans zijnen zegen te schenken : met weldadigen regen hebt Gij eertijds de aarde ten volle gedrenkt en ze overrijk aan vruchten gemaakt; uwe door de lucht stroomende regenwolken vulden zich met overvloed ! van water en besproeiden de aarde; ■ daardoor zorgdet Gij voor voedsel der

Sluiten