Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Notam fecisti in populis virtutem tuam:

16. Redemisti in brachio tuo populum tuum, filios Jacob, et Joseph.

17. Viderunt te aqute Deus, viderunt te aquas: et timuerunt, et turbatae sunt abyssi.

18. Multitudo sonitus aquarum: vocem dederunt nubes.

Etenim sagittse tua? transeunt:

19. Vox toni trui tui in rota.

Dluxerunt coruscationes tua? orbi terra?: commota est et contremuit terra.

20. In mari via tua, et semita tuae in aquis multis: et vestigia tut non cognoscentur.

21. Deduxisti sicut oves populun tuum, in manu Moysi et Aaron Exod. XIV 29.

I Gij hebt onder de volken uwe macht bekend gemaakt13).

16. Verlost hebt Gij door uwen arm uw volk, de kinderen van Jacob en van Joseph1*).

17. U zagen de wateren, God, U zagen de wateren, en zij beefden, en de afgronden werden ontsteld15).

18. Een geweldig bruisen van wateren! De wolken deden geratel hooren,

want uwe schichten vlogen voorbij.

19. Geratel van uwen donder in het hemelrond16).

Uwe bliksems verlichtten den aardbol; de aarde schudde en daverde.

20. Door de zee ging uw weg, en uwe paden door vele wateren, en uwe voetstappen waren niet kenbaar17)-

21. Gij geleiddet als schapen uw volk door de hand van Moses en

I Aaron1*).

") Namelijk door de wonderen, die l Gij ten bate der uwen, vooral bij den uittocht uit Egypte gewrocht hebt.

**) Om met nadruk het gansche volt aan te duiden, wordt buiten Jacob ook ■ Joseph genoemd; en met zonder reden: i deze was in zijne verdrukking en verheffing een beeld van hun volk; daarenboven had hq zijn vader en zqne broeders, dus het gansche volk, van | den ondergang gered; eindelijk was Joseph de stamvader van Ephraim en Manasse, de twee voornaamste der noordelijke stammen; daar nu vooral Ephraïm het overwicht had boven de overige tien stammen, kon men dezen allen zonen van Jacob en Joseph noemen. .

») De wateren, nl. van den Nql, die in bloed veranderden, en die van de Roode Zee togen U, d. i. gevoelden tot in het diepste van hun bedding de werking van uwe almacht- In v. 18,19 wordt die werking verder beschreven onder het beeld van eenen storm met bliksems en donders. VgL Ps. XVII.

") Mogelijk ook: bij het rollen der raderen van uwen troonwagen. VgL Ps. XVn noot 12. ") God toog als het ware zelf met

de Israëlieten door de Roode Zee; zqne voetstappen en de hunne waren niet te herkennen, zoo droog en hard was wel;

Hi-V/IOTTI AoT 7.PP. fVffl. EXOd. XV

21, 22), of zoo spoedig golfden de wateren achter hen daaroverheen.

") De Psalmist sluit niet met een mtdrukkelijk gebed; het is naar zijne meening genoeg, Gods weldaden dankbaar te vermeiden, om nieuwe weldaden van Hem te kunnen verwachten.

De H. Augustinus leest enkele

verzen van dezen Psalm anders dan de Vulgaat en vindt daarin de gevoelens uitgedrukt van eene ziel, die te midden der ellenden dezer wereld naar opbeuring streeft. Wie bidt, wordt verhoord (v. 2, 3a); toch ontbreekt het den vrome niet aan kwelling des I geestes (v. 3b—5), bq de gedachte, ! dat zijne vijanden (aldus v. 5 in plaats van oogen) onophoudelijk waken om hem te overvallen. Maar hij denkt aan de eeuwigheid (v. 6), en znne overwegingen bevestigen hem in de overtuiging, i dat God zqne dienaren niet verstoot (v.

i 7 10). Dat hij in die gedachte troost

I mag scheppen, is het werk van Chrisi tus (v. 11), de Rechterhand zqns Va: ders. Wel heeft hij reden om op God

Sluiten