Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19. Et cognoscant quia nomen tibi Dominus: tu solus Altissimus in omni terra.

19. En dat zij erkennen, dat uw naam is: de Heer; dat Gij alleen de Allerhoogste zijt op de geheele aarde15).

PSALMUS LXXXIII.

PSALM LXXXIII.

Verlangen naar Gods heiligdom.

Liefelijk en begeerlijk is Gods heiligdom fv. 2—3). Gelukkig wie daar woont (v- *—o)l Gelukkig wie met Gods hulp daarnaar verlangt en wien God daartoe helpt fv. 6—8). Gebed en betuiging van vertrouwen fv. 9—13)

1. In finem,

Pro torcularibus filiis Core, Psalmus.

2. Quam dilecta tabernacula tua Domine virtutum:

3. Conoupiscit, et deficit anima mea in atria Domini.

Cor meum, et caro mea exsultaverunt in Deum vivum.

4. Etenim passer invenit sibi domum: et turtur nidum sibi, ubi ponat pullos suos.

") Dat Gij te recht den naam van Jehova draagt, daar Gij alleen God zijt. Blijkens II Par. XX 29 werd die wensch vervuld.

— De H. Augustinus en na hem Bellarminus en Dionysius Oarthusianus leggen dezen Psalm, althans in den mystieken zin, uit als een voorspelling der aanslagen van den Antichrist en zijne handlangers tegen Christus en zijne Xerk. De Heiland, aan wien niemand (v. 2) gelijk is, zweeg wel ten tijde van zijn lijden, maar zal niet zwijgen ten dage des oordeels: spannen al zijne vijanden tegen Hem samen a—9)> Hij zal ze vernietigen (v. 10—18) en als God erkend worden (v. 19).

') Zie Ps. IV noot 1 en VIII noot 2. Deze Psalm heeft veel overeenkomst met Ps. XLI en LXII en schijnt ook aan dezelfde personen en omstandigheden zijn ontstaan te danken (vgl.

1. Tot het einde. Voor de wijnpersen. Van de zonen van Core. Een Psalm1).

2. Hoe liefelijk zijn uwe tenten, o Heer der heerscharen2).

3. Verlangend en kwijnend ziet mijne ziel uit naar de voorhoven des Heeren.

Mijn hart en mijn vleesch springen jubelend op tot den levenden God1).

4. Want ook de musch vindt zich eene woning, en de tortel vindt zich een nest, waar zij hare jongen

Ps. XLI noot 3). Ps. XLI drukt echter meer de smart uit, gevolgd uit de verwijdering van het Heiligdom; Ps. LXII net verlangen naar het verdwijnen der hinderpalen, die David in zijn ballingschap van den Tabernakel scheidden; vs: tt-,r^IH de vreugde, die hij bij het Heiligdom hoopt te genieten. Sommigen meenen, dat de Psalm gedicht werd voor de ballingen van Babylon. Ongetwijfeld vonden dezen daarin een v°or hunnen toestand passend gebed.

) Tenten en voorhoven (v. 3) staan hier in het meervoud of wel omdat de labernakel verscheidene afdeelingen en aangrenzende heilige ruimten had, of omdat hij zich achtereenvolgens op verscheidene, plaatsen had bevonden of waarschijnlijker als uitdrukking van de geestdriftige liefde des zangers, en dus dichterlijk, ter verheffing, m plaats van het enkelvoud.

*) Ziel, hart en vleesch duiden als deelen hier den geheelen mensch aan,

Sluiten