Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34. Non disperdiderunt gentes, quas dixit Dominus illis.

35. Et commisti sunt int er gentes, et didieerunt opera eorum:

36. Et servierunt seulptilibus eorum: et factum est illis in scandalum.

37. Et immolaverunt filios suos, et filias suas daemoniis.

38. Et effuderunt sanguinem innocentem: sanguinem filiorum suorum et filiarum suarum, quas sacrificaverunt seulptilibus Chanaan.

Et infecta est terra in sanguinibus,

39. Et contaminata est in operibus eorum: et fornicati sunt in adinventionibus suis.

40. Et iratus est furore Dominus in populum suum: et abominatus est hereditatem suam.

41. Et tradidit eos in manus gentium: et dominati sunt eorum qui oderunt eos.

42. Et tribulaverunt eos inimici eorum, et humiliati sunt sub manibus eorum:

43. Seepe libera vit eos.

Ipsi autem exacerbaverunt eum in consilio suo: et humiliati sunt in iniquitatibus suis.

44. Et vidit cum tribularentur: et audivit orationem eorum.

45. Et memor fuit testamenti sui:

34. Zij verdelgden de volkeren niet, die de Heer hun beduid had*8),

35. en zij mengden zich tusschen de heidenen en leerden hunne werken,

36. en zij dienden hunne gesneden beelden en het werd hun ten val,

37. en zij offerden hunne zonen en hunne dochters op aan de duivelen29),

38. en zij vergoten schuldeloos bloed, het bloed hunner zonen en hunner dochters, die* zij slachtofferden aan de gesneden beelden van Chanaan,

en het land werd besmet door I bloedvergietingen,

39. en het werd bezoedeld door hunne werken; en zij boeleerden door hunne ontwerpen*0).

40. En de Heer werd grimmig verbolgen op zijn volk, en Hij gruwde van zijne erfenis31),

41. en Hij gaf hen over in de handen der volkeren, en over hen heerschten zij, die hen haatten,

42. en hunne vijanden kwelden hen, en zij werden vernederd onder hunne handen.

.43. Dikwerf verloste Hfj hen**),

maar zij, zij verbitterden Hem door hun toeleg, en zij werden vernederd door hunne boosheden.

44. En Hij zag het als zij gekweld werden, en Hij hoorde hun gebed,

45. en Hij was gedachtig aan zqn

den geest van Hoses en onbezonnen woorden vin twijfel vloeiden van zijne lippen (Num. XX 10); of wel: zij verbitterden den geest van God, die daarom (Num. XX, 12) de straf uitsprak, welke Hij over Moses en Aaron deed komen, omdat zij zqne eer niet tegenover het volk hadden gehandhaafd.

*•) Vgl. Num. XXXIII 51—55 en Judic. I 27 volg.

*•) Doordien zij ze voor Moloch en andere afgoden slachtofferden.

*•) Door de ontuchtige ontwerpen,

d. i. misdaden, die zij in den dienst der afgoden pleegden, schonden zij het verbond, dat hen als door eenen huwelijksband met God vereenigde.

81) Van het volk, dat Hij verlost en voor altoos tot het zijne had uitverkoren.

") In den tijd der Rechters, toen zonden, straf, bekeering en genade telkens op elkander volgden, zooals de Psalmist zulks in v. 41—46 beschrijft. Hunne boosheden waren dan telkens de oorzaak, waarom zij door God vernederd werden.

Sluiten